Vroeger moest je kunnen tellen: kan er meer dan één hond in het hondehok? Of je moest iets van techniek afweten: draai je meer dan één schroef aan met een schroevedraaier? Of zelfs van biologie: hoeveel fazanten zitten er in een fazantenest? Dat verandert. Nu moet je iets van taalkunde afweten, want er wordt verwacht dat je weet of er naast geboorten ook geboortes plaatsvinden. Je moet weten waar een kattebelletje vandaan komt. En of een schattebout op een schat lijkt of schattig is, of misschien wel "versteend" is als uitdrukking.
1. De tussenletter -n-
a. Samenstellingen
De volgende regels gelden alleen voor samenstellingen: dat zijn kombinaties van twee of meer woorden die zelfstandig kunnen voorkomen in een zin. En dan vooral de woorden als horlogemaker (horloge+maker) en binnenschip (binnen+schip) waarvan het eerste deelwoord eindigt op een doffe e of en, en woorden als apenjong (aap+tussenklank e(n)+jong) waar een doffe tussenklank bij komt.
De oude regel, waarbij we aan een meervoud dachten bij woorden als *geboortencijfer (nu: geboortecijfer), *ladenkast (nu: ladekast) *waardenschaal (nu: waardeschaal) *ziektenlijst (nu: ziektelijst) vervalt. We zullen daarentegen moeten wennen aan woorden als druivenschil, hartenwens, krullenbol, notendop, ossenvlees, ruggenmerg, vijgenblad
Let op: Woorden als student, advocaat, agent, hebben een vrouwelijke vorm (studente, advocate, agente) die eindigt op -e en een meervoud heeft op -s. Toch tellen deze varianten niet als dubbelvormen. We schrijven dus studentenkamer, advocatenkantoor, agentenuniform ook als het om vrouwen gaat
Er bestaan volgens het Groene Boekje 146 woorden die eindigen op -e en een dubbel meervoud hebben. Het zijn bijna allemaal woorden die niet op personen slaan. Samenstellingen hiermee schrijven we zonder tussen-n: behoefteonderzoek, geboorteplanning, gedachtewisseling, gemeentepersoneel, giraffehals, secondewerk, vitaminepreparaat. Sommige van deze woorden noemen wel personen: amazone, apache, bediende, bode (dienstbode/postbode), brunette, eigenaresse, novice, secretaresse, weduwe. De Grote Van Dale wijkt hier af van het Groene Boekje en schrijft toch -en in samenstellingen met deze woorden: amazonenhouding, secretaressenbond, weduwenpensioen. Van Dale erkent ook het dubbele meervoud niet van made, matrone, parterre, maar geeft er wel een dat niet door het Groene Boekje is erkend bij een heleboel andere woorden: afname, agave, amfetamine, amplitude, antilope, arcade,... En of je afnamecijfer of afnamencijfer schrijft, hangt daarvan af! Konklusie: kijk in je woordenboek.
b. Afleidingen
Afleidingen worden gevormd met ten minste één voorvoegsel of achtervoegsel. Dat zijn deeltjes van een woord (doorgaans één lettergreep) die je niet afzonderlijk in een zin kunt gebruiken. Maar je kunt ze kombineren met "grondwoorden" tot verschillende afgeleide vormen. Met het voorvoegsel ge- en het achtervoegsel -te kun je bij voorbeeld afleidingen maken als gevogelte en gebladerte waar je nog goed het grondwoord in kunt herkennen. Maar ook woorden als gelofte, gezindte, die al min of meer "versteend" zijn en een betekenis hebben die los is gegroeid van die van het grondwoord.
2. De tussenletter -s-
De regels veranderen niet. Dat wil zeggen: de vaagheid van vroeger blijft bestaan. Je mag zowel doodkist als doodskist blijven zeggen en schrijven. Aangezien veel overgelaten wordt aan het persoonlijke taalgebruik, zal niemand het je kwalijk nemen als je aanvangsalaris in plaats van aanvangssalaris schrijft. Toch zijn er regels:
Vrijheid, blijheid
Er is keuzemogelijkheid in woorden als dood(s)kist, drug(s)beleid, groep(s)reis, handel(s)maatschappij, inkoop(s)prijs, liefde(s)verklaring, minister(s)portefeuille, redding(s)boei, tijd(s)verschil, voorbehoed(s)middel, wet(s)tekst.
Maar geen vrijheid in alle gevallen! Schrijf geen s in samenstellingen met belasting (belastingcontroleur, belastingaangifte,...) en in: burgerhuis, dopingtest, handvol, hartgrondig, leidingwater, ruitervereniging. Wel steeds een s na station- (stationschef, stationsstraat). Ook in woorden als: binnenskamers, buitenshuis, driekwartsmaat. Met kapitaal- mogen volgens Van Dale doorgaans beide vormen, bij voorbeeld kapitaaluitbreiding en kapitaalsuitbreiding, maar niet in bij voorbeeld kapitaalmarkt, kapitaalstroom, kapitaaluitgave. Onthoud daarom: kapitaal zonder -s. Doorgaans is het Groene Boekje toleranter inzake de tussen-s dan Van Dale
Nog enkele te onthouden gevallen: davidster, halsstarrig, invloedssfeer, invrijheidstelling, kabinetschef, polsstok, tijdsspanne. Ook hier erkent het Groene Boekje soms dubbele vormen. Ten slotte nog enkele afleidingen met tussen-s: alleszins, anderszins, geenszins, veelszins en let ook op het woord fietsster
Ludo PERMENTIER