De Standaard / Het Nieuwsblad
29 november 1995

SPELLING

aflevering 4

Ennen en essen

Over de tussenletters -e(n)- en -s-

Vroeger moest je kunnen tellen: kan er meer dan één hond in het hondehok? Of je moest iets van techniek afweten: draai je meer dan één schroef aan met een schroevedraaier? Of zelfs van biologie: hoeveel fazanten zitten er in een fazantenest? Dat verandert. Nu moet je iets van taalkunde afweten, want er wordt verwacht dat je weet of er naast geboorten ook geboortes plaatsvinden. Je moet weten waar een kattebelletje vandaan komt. En of een schattebout op een schat lijkt of schattig is, of misschien wel "versteend" is als uitdrukking.

1. De tussenletter -n-

a. Samenstellingen

De volgende regels gelden alleen voor samenstellingen: dat zijn kombinaties van twee of meer woorden die zelfstandig kunnen voorkomen in een zin. En dan vooral de woorden als horlogemaker (horloge+maker) en binnenschip (binnen+schip) waarvan het eerste deelwoord eindigt op een doffe e of en, en woorden als apenjong (aap+tussenklank e(n)+jong) waar een doffe tussenklank bij komt.

  • keukentrap, rekenles, goudenregen, binnendeur, havenweg: als het eerste deelwoord eindigt op een geschreven -en is er geen probleem: we kleven de delen gewoon aaneen. Ook bij ouderwetse woorden en uitdrukkingen zoals 's anderendaags, goedenavond, grotendeels, meestendeels, meestentijds, merendeel, gooien we de oude naamvals-n niet weg
  • bessensap, hondenhok, boerendochter, boekenbon, koniginnensoep, krantenartikel, luizenkam, leeuwendeel, planteneter: schrijf een -n- als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat uitsluitend een meervoud op -en heeft

    De oude regel, waarbij we aan een meervoud dachten bij woorden als *geboortencijfer (nu: geboortecijfer), *ladenkast (nu: ladekast) *waardenschaal (nu: waardeschaal) *ziektenlijst (nu: ziektelijst) vervalt. We zullen daarentegen moeten wennen aan woorden als druivenschil, hartenwens, krullenbol, notendop, ossenvlees, ruggenmerg, vijgenblad

  • Schrijf geen -n- als het eerste deel van de samenstelling niet aan bovenstaande voorwaarde voldoet:
  • spinnewiel, huilebalk, knarsetanden: het eerste deelwoord is een korte vorm van een werkwoord
  • rodekool. wittebroodsweken, blindedarm: het eerste deelwoord is een bijvoeglijk naamwoord
  • benzinegeur, roggemeel: het eerste deelwoord heeft geen meervoudsvorm
  • horlogemaker (mv: horloges) douanekantoor (mv: douanes/douanen): het eerste deelwoord heeft een meervoud op -s of twee meervouden (een op -n en een op -s):

    Let op: Woorden als student, advocaat, agent, hebben een vrouwelijke vorm (studente, advocate, agente) die eindigt op -e en een meervoud heeft op -s. Toch tellen deze varianten niet als dubbelvormen. We schrijven dus studentenkamer, advocatenkantoor, agentenuniform ook als het om vrouwen gaat

    Er bestaan volgens het Groene Boekje 146 woorden die eindigen op -e en een dubbel meervoud hebben. Het zijn bijna allemaal woorden die niet op personen slaan. Samenstellingen hiermee schrijven we zonder tussen-n: behoefteonderzoek, geboorteplanning, gedachtewisseling, gemeentepersoneel, giraffehals, secondewerk, vitaminepreparaat. Sommige van deze woorden noemen wel personen: amazone, apache, bediende, bode (dienstbode/postbode), brunette, eigenaresse, novice, secretaresse, weduwe. De Grote Van Dale wijkt hier af van het Groene Boekje en schrijft toch -en in samenstellingen met deze woorden: amazonenhouding, secretaressenbond, weduwenpensioen. Van Dale erkent ook het dubbele meervoud niet van made, matrone, parterre, maar geeft er wel een dat niet door het Groene Boekje is erkend bij een heleboel andere woorden: afname, agave, amfetamine, amplitude, antilope, arcade,... En of je afnamecijfer of afnamencijfer schrijft, hangt daarvan af! Konklusie: kijk in je woordenboek.

  • Schrijf geen -n- bij deze vijf uitzonderingen:
  • Koninginnedag, zonneschijn, hellevuur, Onze-Lieve-Vrouwetoren: het eerste deel van de samenstelling verwijst naar een persoon of zaak die enig is in zijn soort: de Koningin, de zon, de maan, de hel, Onze-Lieve-Vrouw
  • apetrots, beresterk, boordevol, reuzeleuk, stekeblind, zonneklaar: het eerste deel heeft een versterkende of waardebepalende betekenis en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord. In deze gevallen is het eerste deel van de samenstelling vervangbaar door "zeer": zeer trots, zeer sterk.
    Let op het verschil tussen reuzebaan (prachtige baan) en reuzengebouw (als een reus).
  • kattekruid, paardebloem, duivekervel: het eerste deel is een dierennaam en het tweede is een plantkundige aanduiding. Onder deze regel vallen dus niet planten zoals de berenklauw en de kattenstaart, waarvan het tweede deel geen plantkundige aanduiding is.
    Ook in deze regel wijkt Van Dale af van het Groene Boekje. Van Dale schrijft wel kattenkruid, paardenbloem, duivenkervel. Het woord paddestoel is in allebei de publikaties een uitzondering
  • kinnebak, kakebeen, ruggespraak: het eerste deel is een lichaamsdeel en het geheel is een versteende samenstelling (dat wil zegggen: heeft nog weinig met de betekenis van de delen te maken)
  • bolleboos, flierefluiter, klerelijer, papegaai, schattebout: een van de delen is niet meer herkenbaar als afzonderlijk woord in de oorspronkelijke betekenis

    b. Afleidingen

    Afleidingen worden gevormd met ten minste één voorvoegsel of achtervoegsel. Dat zijn deeltjes van een woord (doorgaans één lettergreep) die je niet afzonderlijk in een zin kunt gebruiken. Maar je kunt ze kombineren met "grondwoorden" tot verschillende afgeleide vormen. Met het voorvoegsel ge- en het achtervoegsel -te kun je bij voorbeeld afleidingen maken als gevogelte en gebladerte waar je nog goed het grondwoord in kunt herkennen. Maar ook woorden als gelofte, gezindte, die al min of meer "versteend" zijn en een betekenis hebben die los is gegroeid van die van het grondwoord.

  • handvolletje, biggetje, liefelijk, vreselijk, boeteling, jongeling, zorgeloos, gedachteloos, waardeloos: afleidingen met -tje, -lijk, -ling en -loos. Als voor deze achtervoegsels een tussenklank e te horen is, schrijven we geen -n. Let op: als het grondwoord op -en eindigt, gaan we de -n niet schrappen: wagentje (van wagen), openlijk (van open). Toch doen we dat bij jongen: jongetje
  • nalatenschap, medezeggenschap, christendom, jodendom, meidenachtig, leugenachtig: afleidingen met -heid, -schap, -dom en -achtig: als hier een tussenklank e(n) te horen is, schrijven we wel een -n. Maar als het grondwoord eindigt op -e, voegen we geen -n toe: lenteachtig, detectiveachtig. Als het grondwoord eindigt op een klinker die met een a een lange klinker weergeeft, gebruiken we een koppelteken: zebra-achtig
  • viezerik, bangerik, plakkerig, hangerig: in woorden op -erig en -erik komt geen n bij
  • dronkenschap, heidendom, eigenheid: met -schap, -dom, -heid gedraagt de tussenklank zich als bij een samenstelling. Gewoonlijk staat er daarom -en

    2. De tussenletter -s-

    De regels veranderen niet. Dat wil zeggen: de vaagheid van vroeger blijft bestaan. Je mag zowel doodkist als doodskist blijven zeggen en schrijven. Aangezien veel overgelaten wordt aan het persoonlijke taalgebruik, zal niemand het je kwalijk nemen als je aanvangsalaris in plaats van aanvangssalaris schrijft. Toch zijn er regels:

  • bakkersroom, gevoelskwestie, zondagsrijder: als het eerste deel van een samenstelling niet op een s-klank eindigt, en het tweede deel begint er niet mee, dan kun je toch soms een s horen. Schrijf er in dat geval een
  • meisjesstemmen, zuiveringszout: als het tweede deel al met een s-klank begint, komt er soms een tussen-s bij. Dat hangt af van het eerste deel van de samenstelling. Als dat meestal een tussen-s nodig heeft, volg je de analogie. Een andere vuistregel is proberen een samentrekking te maken: je zegt meisjes- en vrouwenstemmen, dus: meisjesstemmen; zuiverings- en maagzout, dus: zuiveringszout

    Vrijheid, blijheid

    Er is keuzemogelijkheid in woorden als dood(s)kist, drug(s)beleid, groep(s)reis, handel(s)maatschappij, inkoop(s)prijs, liefde(s)verklaring, minister(s)portefeuille, redding(s)boei, tijd(s)verschil, voorbehoed(s)middel, wet(s)tekst.
    Maar geen vrijheid in alle gevallen! Schrijf geen s in samenstellingen met belasting (belastingcontroleur, belastingaangifte,...) en in: burgerhuis, dopingtest, handvol, hartgrondig, leidingwater, ruitervereniging. Wel steeds een s na station- (stationschef, stationsstraat). Ook in woorden als: binnenskamers, buitenshuis, driekwartsmaat. Met kapitaal- mogen volgens Van Dale doorgaans beide vormen, bij voorbeeld kapitaaluitbreiding en kapitaalsuitbreiding, maar niet in bij voorbeeld kapitaalmarkt, kapitaalstroom, kapitaaluitgave. Onthoud daarom: kapitaal zonder -s. Doorgaans is het Groene Boekje toleranter inzake de tussen-s dan Van Dale
    Nog enkele te onthouden gevallen: davidster, halsstarrig, invloedssfeer, invrijheidstelling, kabinetschef, polsstok, tijdsspanne. Ook hier erkent het Groene Boekje soms dubbele vormen. Ten slotte nog enkele afleidingen met tussen-s: alleszins, anderszins, geenszins, veelszins en let ook op het woord fietsster

    Ludo PERMENTIER