De Standaard / Het Nieuwsblad
30 november 1995

SPELLING

aflevering 5

Getekende woorden

Over apostrof en aksent

Nederlandssprekenden lenen graag, maar geven dat niet toe. En nog merkwaardiger is dat Vlamingen en Hollanders elkaar verwijten schaamteloos alles binnen te halen wat niet te heet of te zwaar is. Zo komen exotische woorden als oemabarklak en cascara in onze taal. Maar ook doodgewone huis-tuin-en-keukentermen zijn ooit als leenwoorden begonnen. Kattebelletje komt van chartabulum en boter van boutyrum. Een tussenstadum is doorgaans het bastaardwoord. Dat proberen we in onze spelling in te passen. Als dit niet goed lukt, hebben we tekentjes nodig zoals de apostrof en het aksent.

1. De apostrof

  • alinea's, facsimile's, ski's, auto's, accu's, baby's: de lange klinkers op het einde van een woord zouden in een gesloten lettergreep terechtkomen indien we een meervoud vormden met -s. Om dat te verhinderen, gebruiken we een apostrof. Ook de y gedraagt zich als dit soort klinker, maar alleen als ze voorafgegaan wordt door een medeklinker: baby's. Anders reageert ze als een medeklinker en schrijven we de -s eraan vast: cowboys
  • Anna's huis, Antigone's woorden, Bavo's pijp, Velu's onderzoek, baby's kleertjes: als we een genitiefs-s (voor een bezitsvorm) gebruiken na woorden in het vorige geval, schrijven we ook s
  • baby'tje, pony'tje: verkleinwoorden op -y schrijven we met apostrof als de y zich als een klinker gedraagt. In het andere geval plakken we het achtervoegsel er gewoon aan: cowboytje
  • Bruynooghe's koffie, Van Dale's woordenboeken: korte klinkers op het einde van een woord hebben eigenlijk geen apostrof nodig voor meervoud of bezitsvorm: lentes. Toch zie je ze vaak bij namen van firma's. De bedoeling is het woordbeeld van de eigennaam niet te laten aantasten. Ook bij lange klinkers in eigennamen van vreemde oorsprong kun je verwarring voorkomen door ze niet zonder waarschuwing te laten volgen door een -s: Kingsey's onderzoek, dan zie je beter dat het geen onderzoek van Kingseys is. Maar de regel is duidelijk: verdubbelde klinkers en uitheems geschreven klinkers die we niet verkeerd kunnen lezen schrijven we normaal nooit met een apostrof: bijous, etuis, abonnees, cafés, families, paletots, bureaus, essays; Aimés antwoord, Waterloos horizon
  • Tegenbos' commentaarstukken, Den Bosch' reputatie, Demarrez' nalatenschap, Atex' tekstverwerkingssysteem, Bush' buitenlandse politiek: als een naam eindigt op een s-klank (geschreven s, z, x, sch, sh), schrijven we alleen een apostrof achter het grondwoord. Doorgaans klinkt een konstruktie met van toch een stuk soepeler: de commentaarstukken van Tegenbos
  • a'tje, SP'ers, 3's, 6'jes, §'en, tv's: de apostrof gebruiken we als we meervouden, afleidingen of verkleinvormen maken van letters, afkortingen en allerlei tekentjes en ongewone konstrukties. Ook: hij sprak met veel euh's. Let ook op de plaats van de apostrof in 's morgens en 's-Gravenbrakel.
    Let op: een samenstelling die begint met een afkorting krijgt een koppelteken, een afleiding krijgt een apostrof. Er is dus een verschil in systeem tussen tv-programma en tv'tje

  • opaatje, azaleaatje, logeetje, autootje, taxietje, menuutje: als een woord eindigt op een kort geschreven maar lang uitgesproken aa, ee, oo of uu, gebruiken we geen apostrof, maar verdubbelen we de klinker in het verkleinwoord. De i op het einde van een woord krijgt een e als je een verkleinvorm gebruikt: skietje.
  • Vergeet ook niet dat sommige leenwoorden een ander uiteinde krijgen in het verkleinwoord: aspirientje, dineetje, soupeetje, depootje, sardientje, souveniertje. Ook afkortingen die als letterwoorden uitgesproken worden, krijgen een meervoud en verkleinvorm zonder apostrof: elpees, radaartje
    Let op: er is dus een verschil in schrijfwijze tussen opa's (meervoud en bezitsvorm) en opaatje.

    2. Het aksent

    We maken het onderscheid tussen "leenwoorden" uit het Frans, die tot de gewone Nederlandse woordenschat zijn gaan behoren en "vreemde woorden", die minder courant zijn en bij voorbeeld nog de Franse uitspraak hebben.

    a. leenwoorden

  • comité,café, soufflé; plaffonière, scène, volière; crèpe, gènant: In de eerste kategorie worden alle aksenten geschrapt, behalve die op de letter e. We schrijven dus alleen é è, è.Voor de rest schrijven we geen ā meer in paté geen ô meer in compote, geen û meer in ragout. Dit is nieuw!
  • etage, eclair, rechaud, present: een é in de eerste lettergreep verliest haar aksent
  • invité (m) - invitee (vr): de vrouwelijke nevenvorm van een persoonsnaam die eindigt op -é krijgt geen -ée meer, maar -ee. Een vrouwelijke prostitué is een prostituee, een vrouwelijke logé is een logee. Dit is nieuw!
    Ook woorden die geen personen noemen, verliezen over het algemeen hun aksent: armee, camee, dragee, fricassee, hachee, jubilee, matinee, orchidee, panacee, risee, soiree, tournee. Maar: café, defilé, paté, resumé, saté

    b. vreemde woorden

  • déjà vu, coûte que qoûte, tète-à-tète, maître d'hôtel, dédain, éminence grise: woorden uit de tweede kategorie behouden nog al hun aksenten. Ook de é in de eerste lettergreep en in de uitgang van vrouwelijke persoonsnamen op -é blijft hier staan. Het gevolg is dat we schrijven: serieus, maar: au sérieux; een depot, maar: iets en dépôt geven; en ook: dégénéré(m), dégénérée (vr)

    Vuistregel: Of een woord tot de eerste of de tweede kategorie behoort (leenwoord of vreemd woord), kunt u alleen nagaan in het woordenboek.

    c. inheemse woorden

  • néé: om een speciale klemtoon te leggen op een woord of een lettergreep, plaatsen we een accent aigu op de klinkers (één of twee, nooit op drie): dé reden is...; vóórkomen is anders dan voorkómen; ik wil ééuwig leven
  • hé, hè: alleen om het verschil in uitspraak aan te geven in de uitroepen en gebruiken we nog een accent grave. Ook in het woord blèren gebeurt dat. Het Groene Boekje schrijft nog appèl, maar Van Dale is konsekwent en schrijft appel.

    Enkele opmerkelijke gevallen:

    abonnee (mannelijk en vrouwelijk)
    a priori
    à propos
    attaché (vr: attachee)
    Aufklärung
    bèta
    bohème
    canapé
    carrière
    cheque
    chiffonière
    comité
    compote
    controle
    crème
    crèpe
    debacle
    decharge
    defilé
    dégénéré (vr: dégénérée)
    déjà vu
    demarche
    depot
    echec
    eclatant
    egard(s)
    elite
    éloge
    employé (vr: employee)
    en dépôt
    en échec
    enquète
    ensceneren
    entrecote
    entree
    etage
    evacué (vr: evacuee)
    fèteren
    gènant
    generen
    gène
    Götterdämmerung
    hachee
    in spe
    introducé (vr: introducee)
    invité (vr: invitee)
    jubilee
    knäckebrod
    logé (vr: logee)
    maîtresse
    matinee
    mise-en-scène
    müsli (of muesli)
    paté
    pāte
    per se
    première
    procédé
    puree
    ragout
    régence
    resumé
    rèverie
    salonfähig
    saté
    scène
    seance
    smörrebröd
    soiree
    tète-à-tète
    tournee
    trofee
    überhaupt
    volière
    zone

    Ludo PERMENTIER