De Standaard / Het Nieuwsblad
1 december 1995

SPELLING

aflevering 6

Aan het hoofd

Over hoofdletters en afkortingen

De regeling voor hoofdletters verandert in princiep niet met de nieuwe spelling. Maar omdat het nieuwe Groene Boekje er een hoofdstuk aan besteedt met specifieke regels voor een paar gevallen die voorheen onduidelijk bleven, is het goed de zaken op een rijtje te zetten.

1. Een zin begint altijd met een hoofdletter. Ook binnen een zin, aan het begin van een citaat komt een hoofdletter. Als er aan het begin van het eerste woord een apostrof staat, krijgt het tweede woord een hoofdletter. Een zin die begint met een cijfer verliest zijn hoofdletter, maar het is raadzaam dat te vermijden.

2. Midden in een zin geven we een hoofdletter aan woorden die we met buitengewoon respekt behandelen:

  • God, het Opperwezen, Zijn rijk is eeuwig, het Koninkrijk Gods, Kerstmis, Pasen, het Loofhuttenfeest, het Feest van de Arbeid, Zijne Majesteit de Koning: namen van God, kerkelijke en officiële feestdagen, vorsten. Let op: Indien deze namen overdrachtelijk worden gebruikt of in samenstellingen of afleidingen worden verwerkt, vervalt de hoofdletter: Kerstmis - kerstboom, kerstnacht, kerstkaart, kerstmisavond; God - goddelijk, godservaring. Ook schrijf je niet met hoofdletter: koning Albert
  • het Lot, de Fortuin, de Keizer van de Marktkramers: personificaties en prijzende epitheta

    3. Eigennamen:

  • Jan Soetaert, Luc Van den Bossche, Roos de Backer: voornaam en familienaam van een persoon. In Vlaanderen schrijven we een samengestelde familienaam altijd zoals hij in het bevolkingsregister opgenomen is. In Nederland krijgt het voorzetsel of lidwoord alleen een hoofdletter als er geen voornaam of voorletter aan voorafgaat: Van Oost, mevrouw Van Raemdonck, Ludo van den Eynden, A. Masereel. Veel mensen in Vlaanderen passen het Nederlandse systeem toe
  • een colbert, freudiaans, sint-bernardshond, een dieselmotor, newtonringen, de guillotine, een jantje-van-leiden, een hermesstaf: als een persoon als maker, ontdekker of uitvinder zijn naam heeft gegeven aan een zaak die nauwelijks nog met hem of haar verbonden is, vervalt de hoofdletter. Maar: een Rembrandt, de Nobelprijs, het Mariabeeld
  • Antwerpen, Grote Markt, Zuid-Amerika, de Grote Beer, de Schelde, de Boerentoren: aardrijkskundige namen krijgen een hoofdletter. Deze regel geldt voor plaatsen (gemeenten, provincies, landen, werelddelen,...) andere geografische namen zoals die van rivieren en bergen, hemellichamen en door de mens gemaakte zaken zoals gebouwen. Windstreken schrijven we klein, behalve als ze als politieke entiteit of aanduiding van een gebied worden gebruikt: het noorden, noord en zuid, westers, het oosten van de Ardennen. Maar: het Westen voert grondstoffen in (het gaat hier om de politieke eenheid); in het Noorden geldt een andere regeling (de "noordelijke provincies")
  • Nederlands, de Nederlandse taal, de Nederlandse regering, Franstalig, Zuid-Afrikaans: afleidingen van geografische namen en samenstellingen krijgen een hoofdletter. Namen van talen en dialekten hebben altijd een hoofdletter: het Engels, het Papiamento. Maar de studie van een specifieke taal is met kleine letter: neerlandistiek. Let op: Van Dale schrijft Middel-Nederlands, het Groene Boekje schrijft Middelnederlands
  • de Europese Unie, de Nederlandse Taalunie, de Gentse Feesten, Belgacom, De Standaard: namen van unieke organen, instellingen, verenigingen, diensten, bedrijven krijgen een hoofdletter. Meestal respekteren we afwijkingen die de instelling zelf koos: deSingel, de Volkskrant, de PvdA. Voor ministeries en bestuurlijke afdelingen krijgt het dienstonderdeel een kleine letter, de naam een hoofdletter: het ministerie van Tewerkstelling, de dienst Public Relations
  • de Eerste Wereldoorlog, de Franse Revolutie, het Pleistoceen, de Klassieke Oudheid, de Middeleeuwen: namen van historische gebeurtenissen en tijdperken schrijven we met hoofdletter. Maar het systeem is niet konsistent: de barok, barok; de gotiek, gotisch (de taal Gotisch, het schrift: gotisch); de Middeleeuwen, middeleeuws; de Renaissance, renaissancistisch; het rococo, rococo; het Romaans (taal), Romaans; de romantiek, romantisch

    4. Geen hoofdletter krijgen:

  • de beatgeneratie, het christendom, christenen en joden, rooms-katholieken, een franciskaan: namen van kulturele, religieuze of maatschappelijke stromingen. Ook de beoefenaars of aanhangers ervan schrijven we met kleine letter. Zelfs de bijbel, koran, thora openen klein.
    Soms is het moeilijk een onderscheid te maken tussen religieuze groepen en bevolkingsgroepen die wel een hoofdletter krijgen, omdat het ras of de stam wordt bedoeld. De vuistregel van Van Dale is: als een naam van een volk de associatie oproept met een gebied, een land of een staat, wordt ze met hoofdletter geschreven: wel Kelten, Azeteken, Belgen, Walen; niet indianen, pygmeeën, zigeuners. We schrijven daarom joden en Arabieren, zonder dat de hoofdletter geïnterpreteerd mag worden als enig teken van voorkeur
  • champagne, belegen gouda, balkaniseren: aardrijkskundige namen die niet meer als dusdanig fungeren, maar een soortnaam zijn geworden
  • maandag, januari, zomer: kalenderaanduidingen
  • de paus, koning Albert, doctor Struyf, aartsbisschop Danneels: titels

    Toemaatje: afkortingen

    Behalve in advertenties en telegrammen kun je maar beter zo weinig mogelijk afkortingen gebruiken. Ze maken het lezen moeilijker en leveren strikt genomen niet eens zo'n grote ruimte- en tijdswinst op. Schrap liever hier en daar een overbodig woord... Schrap liever een overbodig woord... Schrap een overbodig woord... Schrap een woord... Schrap
    Er zijn geen strikte regels voor de schrijfwijze van afkortingen. Dit is de aanpak van de redaktie van De Standaard:

    1. titels
    dr., mr., prof., ir.: titels steeds met een punt erachter en met kleine beginletter

    2. Afkortingen van eigennamen:

  • BRTN, ACV, VU, PvdA: initiaalwoorden die letter voor letter uitspreken ("bee-er-tee-en"). We schrijven ze zonder puntjes en in de letters die de instelling, de groepering of de partij zelf gebruikt

  • Vara, Navo, Sabena: afkortingen die we als een woord uitspreken, schrijven we ook als woord: zonder punten en met alleen een beginkapitaal
  • AOW: namen van wetten en officiële regelingen moeten volgens het Groene Boekje met hoofdletters. Het betreft hier vooral Nederlandse toestanden zoals VUT en AOW. In Vlaanderen zouden zeldzame afkortingen als cao en kb onder deze regel vallen en het is weinig waarschijnlijk dat de taalgebruiker deze regel zal volgen in ons land

    3. afkortingen van soortnamen:

  • tv, bvba, aids, btw, cd-rom, hst: zonder puntjes en in kleine letters
  • km, kg, kW, ha, Hz: we volgen de internationale afkortingen (zonder puntjes) voor maten en gewichten; voor munten gebruiken we in nietmonetaire teksten de gangbare woorden voluit; in teksten met bondige praktische informatie (kalenderberichten) korten we af met fr., fl., Ffr., DM.
  • bv, olv, zgn, nl en andere woordafkortingen zoals moet je vermijden

    Ludo PERMENTIER