logo BOP - terug naar start
www.vgc.be - www.digitaalbrussel.be   
start BOP wat is BOP nieuw op BOP contact zoek
 
wat ? lesmateriaal ICT-toepassingen didactische tips en achtergronden
voor leerkrachten

logo Vlaamse Gemeenschapscommissie

BITSBrief: februari 2005 (jaargang 11 nummer 6 )

Alle BITSbrieven

In dit nummer:


Woord vooraf


We willen het niet verbergen en pakken er daarom ook mee uit in ons eerste artikel: de BOP-website is vernieuwd. Uiteraard is er ook nog ander nieuws: we proberen je warm te maken voor mindmaps en rollenspellen en tonen je de weg naar een veiliger internet.

Bop in het frisgroen

De BOP-website bestaat bijna 10 jaar! Een reden om te feesten? Ja, zeker! Maar meer nog een reden om de site grondig te vernieuwen. Het blauwe schriftje van de voorpagina hebben we al bij het begin van het schooljaar naar de geschiedenisboeken verwezen. De bezoekers moeten nu wennen aan een frisgroen kleedje en een nieuwe indeling. Met die nieuwe indeling willen we je sneller oriënteren naar de informatie die je zoekt.

De website is opgedeeld in twee grote stukken: een deel voor directies en een deel voor leerkrachten. In de linkerbalk van de beginpagina kan je kiezen welk deel je wil bezoeken. We gaan hier even verder in op de inhoud van het leerkrachtengedeelte.

In drie rubrieken (afgedrukt op de laatste pagina van deze BITSbrief) bundelen we informatie en links als handreiking voor leerkrachten die van de computer gebruik willen maken in en voor hun lespraktijk.

  1. Bij lesmateriaal vind je materiaal waar je zelf nog wat mee moet doen. Het zijn als het ware je grondstoffen. Dat kunnen links zijn naar informatie waarmee je jezelf kan voorbereiden: bv. een pagina met lesvoorbereidingen of een site over musea in Frankrijk. Je vindt er ook teksten waarmee je in de klas kan werken en waarbij je zelf nog in taken moet voorzien.
  2. Bij ICT-toepassingen vind je kant-en-klaar materiaal om in de lessen te gebruiken. Misschien moet je het wat aanpassen vooraleer je het kan gebruiken in je klas, misschien zijn alleen de ideeën bruikbaar.
  3. Voor pedagogische achtergronden bij ICT-gebruik in de klas, voor klasorganisatorische tips, voor leerlijnen, visies en leidraden kan je terecht bij didactische achtergronden en tips. Omdat je bij elke onderwijsactiviteit ook je doelen in het achterhoofd moet houden, vind je hier ook een link naar de eindtermen.

Een aantal collega's-leerkrachten doorkruisten de nieuwe BOP en zeiden wat er (niet) goed aan was. Nogmaals bedankt daarvoor.
Omdat een site nooit echt af is, mag je nog altijd suggesties aan ons doorgeven.

Toch geloven we dat we met de nodige fierheid mogen zeggen dat http://bop.vgc.be een waardige portaalsite is voor al wie werkt in een Brusselse Nederlandstalige school.



eMindmap: interactief brainstormen op de pc

Het concept "mind-mapping" is verre van nieuw. Het sluit aan bij de verhoogde aandacht voor leren leren in ons onderwijs. Bijgevolg vindt dit "breinvriendelijk leren" meer ingang bij leerkrachten. Het is niet de bedoeling om hier alle theorieën van Tony Buzan (de bedenker van de mindmap) uit te leggen. Wie daar interesse voor heeft, kan terecht op: http://www.mind-map.com/EN/index.html
We willen wel kort duiden wat een mindmap is om zo de link te maken met de computer én met een interactieve werkvorm voor je klas.

Wat?

Een mindmap is een grafische voorstelling waarin je een tekst, een grammaticaregel of iets anders dat je wil onthouden, visueel voorstelt. Als je informatie op een klassieke manier voorstelt, gebruik je slechts een beperkt deeltje van je hersenen. De bijzondere voorstelling van een mindmap spreekt net dat ongebruikte deel aan. Veel mensen hebben immers een visueel geheugen, denken ruimtelijk,… De mindmap komt een stuk tegemoet aan een mogelijk andere manier van "breinwerken" en zou je zo helpen om de dingen beter te onthouden.

Zelfs als je nog nooit van een mindmap gehoord hebt, kan het zijn dat de grafische voorstelling je toch min of meer vertrouwd voorkomt. Wie denkt aan een woordspin of al een beetje aan associatief denken gedaan heeft met zijn leerlingen, krijgt meestal een gelijkaardig schema als resultaat.

Woordkaarten

Zo komen we terecht bij een leuke interactieve werkvorm: team-woordkaarten (concept-mapping). We leggen even uit wanneer, voor welk doel en hoe je met zulke woordkaarten kan werken:

Wanneer: Je kan een woordkaart maken zowel voor het aansnijden van een nieuw concept (wat weten we al?) als na het onderwijzen (hoe leggen leerlingen relaties, moeten bepaalde dingen nog eens in de verf gezet worden?) Je kan ze ook op beide momenten gebruiken en de leerlingen dan de situatie vóór en na laten vergelijken.

Doel: Je wil concepten bij leerlingen verhelderen of ontwikkelen. Het maken van een woordkaart helpt leerlingen om relaties tussen concepten of begrippen te verhelderen en helpt hen om in te zien hoe de verschillende begrippen onderling verbonden zijn.

Werkwijze:

  • Alle leerlingen krijgen een pen van een verschillende kleur. Per groep is er een vel papier
  • Het kernconcept dat ze moeten uitwerken komt in het midden te staan
  • Elk om de beurt kunnen de leerlingen de belangrijkste deelconcepten opschrijven
  • Ieder mag individueel andere deelconcepten toevoegen of verbindingslijnen trekken
  • Leerlingen die minder taalvaardig zijn, kunnen symbolen toevoegen of dingen tekenen

Op computer?!

De stap van een woordkaart naar de computer is niet zo groot en brengt een aantal bijkomende voordelen met zich mee. Vanuit de theorie van het mindmappen werden verscheidene softwarepakketten ontwikkeld waarmee je een mindmap kan maken op de pc. Omdat een mindmap en een woordkaart op dezelfde manier uitgebeeld kunnen worden, kan je die software ook gebruiken om woordkaarten te maken.

Als je surft naar http://www.buzan.be en je klikt op op eMindmaps, dan kan je daar het gelijknamige gratis pakket downloaden. Eens geïnstalleerd en geopend, doorloop je het beste even de tutorial. In elf stappen leer je hoe je met dit pakket een mindmap (of woordkaart) kan maken en dat is echt niet moeilijk.
Je leerlingen moeten wel een beetje Engels kunnen, want dat is de instructietaal van het pakket.

Voordelen

Dat een woordkaart op een groot vel papier heel aanschouwelijk is, gaan we zeker niet ontkennen. Toch biedt het werken op de computer in dit geval een aantal voordelen die de papieren versie niet heeft.

Je kan de dingen die je noteert (deelconcepten, relaties) te allen tijde herschikken. Dat wil zeggen dat je nieuwe verbanden kan leggen, groepen van concepten kan splitsen, concepten opnieuw kan indelen, verbanden terug kan wegdoen. De woordkaart die leerlingen zo maken kan dus veel meer evolueren. Het wordt ook geen knoeiboeltje als ze plots bedenken dat ze een rubriek willen opsplitsen, wat op papier wel tot kladwerk zou leiden.

Leerlingen kunnen zo op een nuttige manier op de pc werken. Ze kunnen hun eigen inbreng intikken of ze kunnen de inbreng van een ander intikken. Bij die tweede optie oefenen leerlingen hun taalvaardigheid. Je moet je klasgenoot immers kunnen uitleggen welk concept je aan welke categorie wil toevoegen, welke verbanden je wil zien. De "tikker" van dienst moet goed luisteren om te achterhalen wat de ander precies bedoelt en kan daar zelfs iets aan toevoegen.


Geef je niet te snel bloot op het net

Op 8 februari (de dag waarop wij deze BITSbrief uit onze pen laten rollen) wordt in 27 landen de 'Safer Internet'-dag gehouden. Het is het begin van een Europese campagne die 18 maanden duurt en die jongeren op een alerte manier met het internet wil leren omgaan. Jongeren, ouders en andere opvoeders worden attent gemaakt op een slim internetgebruik. Child Focus, één van de partners in deze campagne wil jongeren heel specifiek waarschuwen tegen misbuik in chatboxen.

Om te beginnen wordt er een nieuwe website gelanceerd, www.saferinternet.be. De campagne loopt maanden en zal pas vanaf april echt op kruissnelheid komen. De site wordt in fasen opgebouwd en zal uiteindelijk uit drie delen bestaan: een deel voor opvoeders (ouders en leerkrachten) in de vorm van een schets van de problematiek en bijbehorende pedagogische fiches, een deel voor kinderen van 6 tot 12 jaar in de vorm van spelletjes, en een deel voor jongeren met info die toegespitst is op hun manier van communiceren.


Als opvoeder zal je op de site technische fiches vinden over de risico's en problemen waarmee minderjarige surfers op internet (kunnen) worden geconfronteerd. Zeer uiteenlopende thema's zullen aan bod komen: van eerder technische vraagstukken, zoals virussen, cookies, ... tot racisme op internet, commercie en reclame, internet en sekten, ...

Je vindt er eveneens een heleboel links naar sites die dieper ingaan op het veilig gebruik van internet, zowel op technisch als inhoudelijk gebied.
Kinderen en jongeren (tussen 6 en 18 jaar) kunnen nu al deelnemen aan een digitale schrijfwedstrijd met als thema de veiligheid op het internet. Inzendingen worden verwacht tot midden mei. De winnaars worden gepubliceerd in een kleurrijk kinderboek dat over de hele wereld wordt verspreid.
Voor ons land is deze campagne een samenwerkingsverband van Child Focus, het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, het Informatie- en Adviescentrum inzake Schadelijke Sektarische Organisaties, de Internet Service Provider Association en het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties.

Alvast één tip: jongeren opvoeden tot kritisch denken in het algemeen is de beste preventie tegen misbruik op internet.

Rollenspel over de Europese beleidsvorming

De 'Lente in Europa' is een project waarbij scholen bijleren over de ontwikkelingen binnen de Europese Unie en die kennis integreren in het leerplan. Dat project heeft nu een rollenspel ontwikkeld over de Europese beleidsvorming met daarbij een miniwebstek met alle informatie en ondersteuning die nodig is om het spel te kunnen spelen. Naast alle documenten voor het rollenspel zelf, vind je er een flash-animatie dat vereenvoudigd het besluitvormingsproces in de EU weergeeft als visueel hulpmiddel voor leerkrachten. Daarnaast vind je er ook de gegevens van een contactpersoon als je hulp nodig hebt bij het uitvoeren van het spel.

Vertegenwoordigers van de 25 lidstaten nemen de meeste Europese beslissingen via complexe processen in de Europese instellingen. Het is de bedoeling om het beslissingsproces via het rollenspel zo concreet mogelijk te maken zodat de jongeren een beter begrip krijgen van de beslissingen die hun dagelijkse leven beïnvloeden. Enkele ervaren leerkrachten hebben, samen met Europese inspecteurs en het Europees Parlement, het rollenspel voorbereid.

Er zijn twee versies van het rollenspel:

  • een versie voor één klas: die kan je spelen wanneer het je als leerkracht het beste uitkomt;
  • een versie voor drie klassen: aan die versie kunnen klassen uit verschillende landen en scholen deelnemen. Drie partnerklassen worden met elkaar in contact gebracht door een koppelrobot. Dit gebeurt op basis van de gegevens die de partners opgeven.

http://futurum2005.eun.org/ww/nl/pub/futurum2005/play.htm


De drie rubrieken uit het leerkrachtengedeelte van de BOP-website


Een pagina van Onderwijscentrum Brussel