Woord vooraf |
 |
We willen het niet verbergen en pakken er daarom
ook mee uit in ons eerste artikel: de BOP-website is vernieuwd. Uiteraard is er
ook nog ander nieuws: we proberen je warm te maken voor mindmaps en
rollenspellen en tonen je de weg naar een veiliger internet.
Bop in het frisgroen |
 |
 |
De BOP-website bestaat bijna 10 jaar! Een reden om te
feesten? Ja, zeker! Maar meer nog een reden om de site grondig te vernieuwen.
Het blauwe schriftje van de voorpagina hebben we al bij het begin van het
schooljaar naar de geschiedenisboeken verwezen. De bezoekers moeten nu wennen
aan een frisgroen kleedje en een nieuwe indeling. Met die nieuwe indeling
willen we je sneller oriënteren naar de informatie die je zoekt. |
De website is opgedeeld in twee grote stukken: een deel voor
directies en een deel voor leerkrachten. In de linkerbalk van de beginpagina
kan je kiezen welk deel je wil bezoeken. We gaan hier even verder in op de
inhoud van het leerkrachtengedeelte.
In drie rubrieken (afgedrukt op de laatste pagina van deze
BITSbrief) bundelen we informatie en links als handreiking voor leerkrachten
die van de computer gebruik willen maken in en voor hun lespraktijk.
- Bij lesmateriaal vind je materiaal waar je zelf
nog wat mee moet doen. Het zijn als het ware je grondstoffen. Dat kunnen links
zijn naar informatie waarmee je jezelf kan voorbereiden: bv. een pagina met
lesvoorbereidingen of een site over musea in Frankrijk. Je vindt er ook teksten
waarmee je in de klas kan werken en waarbij je zelf nog in taken moet
voorzien.
- Bij ICT-toepassingen vind je kant-en-klaar
materiaal om in de lessen te gebruiken. Misschien moet je het wat aanpassen
vooraleer je het kan gebruiken in je klas, misschien zijn alleen de ideeën
bruikbaar.
- Voor pedagogische achtergronden bij ICT-gebruik in de
klas, voor klasorganisatorische tips, voor leerlijnen, visies en leidraden kan
je terecht bij didactische achtergronden en tips. Omdat je bij elke
onderwijsactiviteit ook je doelen in het achterhoofd moet houden, vind je hier
ook een link naar de eindtermen.
Een aantal collega's-leerkrachten doorkruisten de nieuwe BOP
en zeiden wat er (niet) goed aan was. Nogmaals bedankt daarvoor. Omdat een
site nooit echt af is, mag je nog altijd suggesties aan ons doorgeven.
Toch geloven we dat we met de nodige fierheid mogen zeggen
dat http://bop.vgc.be een waardige portaalsite
is voor al wie werkt in een Brusselse Nederlandstalige school.
eMindmap: interactief brainstormen op de pc
|
 |
Het concept "mind-mapping" is verre van nieuw. Het sluit aan
bij de verhoogde aandacht voor leren leren in ons onderwijs. Bijgevolg vindt
dit "breinvriendelijk leren" meer ingang bij leerkrachten. Het is niet de
bedoeling om hier alle theorieën van Tony Buzan (de bedenker van de
mindmap) uit te leggen. Wie daar interesse voor heeft, kan terecht op:
http://www.mind-map.com/EN/index.html
We willen wel kort duiden wat een mindmap is om zo de link te maken met
de computer én met een interactieve werkvorm voor je klas.
Wat?
Een mindmap is een grafische voorstelling waarin je
een tekst, een grammaticaregel of iets anders dat je wil onthouden, visueel
voorstelt. Als je informatie op een klassieke manier voorstelt, gebruik je
slechts een beperkt deeltje van je hersenen. De bijzondere voorstelling van een
mindmap spreekt net dat ongebruikte deel aan. Veel mensen hebben immers een
visueel geheugen, denken ruimtelijk,
De mindmap komt een stuk tegemoet
aan een mogelijk andere manier van "breinwerken" en zou je zo helpen om de
dingen beter te onthouden. |
 |
Zelfs als je nog nooit van een mindmap
gehoord hebt, kan het zijn dat de grafische voorstelling je toch min of meer
vertrouwd voorkomt. Wie denkt aan een woordspin of al een beetje aan
associatief denken gedaan heeft met zijn leerlingen, krijgt meestal een
gelijkaardig schema als resultaat. |
Woordkaarten
Zo komen we terecht bij een leuke interactieve werkvorm:
team-woordkaarten (concept-mapping). We leggen even uit wanneer, voor welk doel
en hoe je met zulke woordkaarten kan werken:
Wanneer: Je kan een woordkaart maken zowel voor het
aansnijden van een nieuw concept (wat weten we al?) als na het onderwijzen (hoe
leggen leerlingen relaties, moeten bepaalde dingen nog eens in de verf gezet
worden?) Je kan ze ook op beide momenten gebruiken en de leerlingen dan de
situatie vóór en na laten vergelijken.
Doel: Je wil concepten bij leerlingen verhelderen of
ontwikkelen. Het maken van een woordkaart helpt leerlingen om relaties tussen
concepten of begrippen te verhelderen en helpt hen om in te zien hoe de
verschillende begrippen onderling verbonden zijn.
Werkwijze:
- Alle leerlingen krijgen een pen van een verschillende
kleur. Per groep is er een vel papier
- Het kernconcept dat ze moeten uitwerken komt in het
midden te staan
- Elk om de beurt kunnen de leerlingen de belangrijkste
deelconcepten opschrijven
- Ieder mag individueel andere deelconcepten toevoegen of
verbindingslijnen trekken
- Leerlingen die minder taalvaardig zijn, kunnen symbolen
toevoegen of dingen tekenen
Op computer?!
De stap van een woordkaart naar de computer is niet zo groot
en brengt een aantal bijkomende voordelen met zich mee. Vanuit de theorie van
het mindmappen werden verscheidene softwarepakketten ontwikkeld waarmee je een
mindmap kan maken op de pc. Omdat een mindmap en een woordkaart op dezelfde
manier uitgebeeld kunnen worden, kan je die software ook gebruiken om
woordkaarten te maken.
Als je surft naar http://www.buzan.be en je klikt op op
eMindmaps, dan kan je daar het gelijknamige gratis pakket downloaden.
Eens geïnstalleerd en geopend, doorloop je het beste even de
tutorial. In elf stappen leer je hoe je met dit pakket een mindmap (of
woordkaart) kan maken en dat is echt niet moeilijk. Je leerlingen moeten wel
een beetje Engels kunnen, want dat is de instructietaal van het pakket.
Voordelen
Dat een woordkaart op een groot vel papier heel
aanschouwelijk is, gaan we zeker niet ontkennen. Toch biedt het werken op de
computer in dit geval een aantal voordelen die de papieren versie niet
heeft.
Je kan de dingen die je noteert (deelconcepten, relaties) te
allen tijde herschikken. Dat wil zeggen dat je nieuwe verbanden kan leggen,
groepen van concepten kan splitsen, concepten opnieuw kan indelen, verbanden
terug kan wegdoen. De woordkaart die leerlingen zo maken kan dus veel meer
evolueren. Het wordt ook geen knoeiboeltje als ze plots bedenken dat ze een
rubriek willen opsplitsen, wat op papier wel tot kladwerk zou leiden.
Leerlingen kunnen zo op een nuttige manier op de pc werken.
Ze kunnen hun eigen inbreng intikken of ze kunnen de inbreng van een ander
intikken. Bij die tweede optie oefenen leerlingen hun taalvaardigheid. Je moet
je klasgenoot immers kunnen uitleggen welk concept je aan welke categorie wil
toevoegen, welke verbanden je wil zien. De "tikker" van dienst moet goed
luisteren om te achterhalen wat de ander precies bedoelt en kan daar zelfs iets
aan toevoegen.
Geef je niet te snel bloot op het net |
 |
Op 8 februari (de dag waarop wij deze BITSbrief uit onze pen
laten rollen) wordt in 27 landen de 'Safer Internet'-dag gehouden. Het
is het begin van een Europese campagne die 18 maanden duurt en die jongeren op
een alerte manier met het internet wil leren omgaan. Jongeren, ouders en andere
opvoeders worden attent gemaakt op een slim internetgebruik. Child Focus,
één van de partners in deze campagne wil jongeren heel specifiek
waarschuwen tegen misbuik in chatboxen.
 |
Om te beginnen wordt er een nieuwe website gelanceerd,
www.saferinternet.be. De campagne
loopt maanden en zal pas vanaf april echt op kruissnelheid komen. De site wordt
in fasen opgebouwd en zal uiteindelijk uit drie delen bestaan: een deel voor
opvoeders (ouders en leerkrachten) in de vorm van een schets van de
problematiek en bijbehorende pedagogische fiches, een deel voor kinderen van 6
tot 12 jaar in de vorm van spelletjes, en een deel voor jongeren met info die
toegespitst is op hun manier van communiceren. |
Als opvoeder zal je op de site technische fiches
vinden over de risico's en problemen waarmee minderjarige surfers op internet
(kunnen) worden geconfronteerd. Zeer uiteenlopende thema's zullen aan bod
komen: van eerder technische vraagstukken, zoals virussen, cookies, ... tot
racisme op internet, commercie en reclame, internet en sekten, ...
Je
vindt er eveneens een heleboel links naar sites die dieper ingaan op het veilig
gebruik van internet, zowel op technisch als inhoudelijk gebied. Kinderen en
jongeren (tussen 6 en 18 jaar) kunnen nu al deelnemen aan een digitale
schrijfwedstrijd met als thema de veiligheid op het internet. Inzendingen
worden verwacht tot midden mei. De winnaars worden gepubliceerd in een
kleurrijk kinderboek dat over de hele wereld wordt verspreid. Voor ons land
is deze campagne een samenwerkingsverband van Child Focus, het Centrum voor
Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, het Informatie- en
Adviescentrum inzake Schadelijke Sektarische Organisaties, de Internet Service
Provider Association en het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de
Verbruikersorganisaties.
Alvast één tip: jongeren opvoeden
tot kritisch denken in het algemeen is de beste preventie tegen misbruik op
internet.
Rollenspel over de Europese beleidsvorming |
 |
De 'Lente in Europa' is een project waarbij scholen bijleren
over de ontwikkelingen binnen de Europese Unie en die kennis integreren in het
leerplan. Dat project heeft nu een rollenspel ontwikkeld over de Europese
beleidsvorming met daarbij een miniwebstek met alle informatie en ondersteuning
die nodig is om het spel te kunnen spelen. Naast alle documenten voor het
rollenspel zelf, vind je er een flash-animatie dat vereenvoudigd het
besluitvormingsproces in de EU weergeeft als visueel hulpmiddel voor
leerkrachten. Daarnaast vind je er ook de gegevens van een contactpersoon als
je hulp nodig hebt bij het uitvoeren van het spel.
Vertegenwoordigers van de 25 lidstaten nemen de meeste
Europese beslissingen via complexe processen in de Europese instellingen. Het
is de bedoeling om het beslissingsproces via het rollenspel zo concreet
mogelijk te maken zodat de jongeren een beter begrip krijgen van de
beslissingen die hun dagelijkse leven beïnvloeden. Enkele ervaren
leerkrachten hebben, samen met Europese inspecteurs en het Europees Parlement,
het rollenspel voorbereid.
Er zijn twee versies van het rollenspel:
- een versie voor één klas: die kan
je spelen wanneer het je als leerkracht het beste uitkomt;
- een versie voor drie klassen: aan die versie
kunnen klassen uit verschillende landen en scholen deelnemen. Drie
partnerklassen worden met elkaar in contact gebracht door een koppelrobot. Dit
gebeurt op basis van de gegevens die de partners opgeven.
http://futurum2005.eun.org/ww/nl/pub/futurum2005/play.htm
De drie rubrieken uit het leerkrachtengedeelte van de
BOP-website


 |