BITS²BRIEF
jaargang 5 - nummer 7 - april
1999
In dit nummer:
Woord vooraf
|
 |
Mogen we jullie er nog even aan herinneren dat je je
vóór 23 april moe(s)t inschrijven voor de demosessies over A. C.
E. Nog niet gedaan? Dan kan je dat nog steeds doen (wellicht vind je ook na 23
april nog wel een luisterend oor bij BITS²). In ieder geval moet je GEEN
bevestiging van je inschrijving verwachten (tenzij je ons mailde). Ingeschreven
= welkom!!
PC/KD: 2de keer geld voor de scholen
|
 |
In sommige nieuwsgroepen en mailinglists lazen wij al de nieuwe
bedragen voor het PC/KD-project van volgend schooljaar. Omdat we jullie alleen
de waarheid en niets dan de waarheid willen vertellen, hebben we even op het
departement onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap nagevraagd hoe het nu juist
zit. Daar vertelden ze ons dat alle scholen begin mei een omzendbrief gaan
krijgen waarin de juiste bedragen en modaliteiten rond PC/KD voor het
schooljaar 1999-2000 beschreven staan. Maar wij mogen jullie hier in primeur al
één en ander meedelen. We doen dat wel onder voorbehoud
dus
schiet niet op ons als het toch nog een tikkeltje anders zou zijn.
Nieuw (maar wel zo gepland) is alvast dat vanaf volgend
schooljaar ook de secundaire scholen het spreekwoordelijke financiële
duwtje in de rug mogen verwachten.
Jullie kunnen rekenen op volgende bedragen
Voor het jaar 1999:
(geld wordt overgemaakt in augustus 1999)
Lager onderwijs: 885,-BEF / leerling
Secundair onderwijs: 1500,-BEF / leerling
Voor het lager onderwijs ligt deze som hoger dan vorig jaar
(675,-BEF / leerling) en hoger dan hetgeen oorspronkelijk voorzien werd. Deze
verhoging kwam er dankzij een extra éénmalige injectie die
de beschikbare budgetten de hoogte in stuurde. Maar aan elke medaille is een
keerzijde. Vermits er dit jaar meer geld vrijgemaakt wordt, zal de actie voor
het lager onderwijs dus ook een jaar vroeger eindigen. Voor 2000 wordt er terug
675,-BEF per leerling voorzien. Maar in 2001 zal er niets meer komen. Wegens
deze eenmalige meevaller, zal de PC/KD-doelstelling* voor het lager onderwijs
immers reeds gehaald zijn in 2000. *(1 PC per tien leerlingen. vanaf het 4de
leerjaar lager onderwijs tot en met het laatste leerjaar secundair onderwijs)
Het secundair onderwijs zal nog 917,-BEF en 1576,-BEF
krijgen per leerling voor respectievelijk het jaar 2000 en het jaar 2001. Zoals
we al zeiden; deze gegevens kunnen nog wijzigen, maar ze geven je toch al een
idee. Het geld dat de school op deze manier krijgt kan ze besteden aan:
- het aankopen van hardware
- het aankopen en laten ontwikkelen van software
- het betalen van nascholing in verband met ICT in het
onderwijs
Voor meer details en exacte gegevens verwijzen we jullie
uitdrukkelijk naar de omzendbrief van het departement Onderwijs.
Een computerklas: voor en tegen!
|
 |
Als gevolg van het groeiend aantal computers binnen
één school, barst in vele scholen de discussie los rond het al
dan niet overgaan tot het gebruik van een heus computerlokaal. Wij willen zeker
geen olie op het vuur gieten, maar kunnen jullie toch enige argumenten
aanreiken als voer voor deze ongetwijfeld boeiende discussie.
Eerst en vooral zal het gegeven basisschool of secundaire
school al van cruciaal belang zijn. Gezien de grote verschillen in manier van
werken tussen deze twee spreekt dat voor zich. In het secundair onderwijs is er
in vele gevallen zelfs geen sprake van een eigen leslokaal per klas en moeten
leerlingen sowieso steeds verhuizen van het ene vaklokaal naar het andere. Hier
ligt het gebruik van een speciaal computerlokaal dan ook meer voor de hand. In
het secundair onderwijs zijn leerlingen ook al beter in staat om zelfstandig te
werken en kunnen zij in een computerlokaal perfect eigen individuele opdrachten
uitvoeren. Als dat computerlokaal dan ook nog toegankelijk blijft buiten de
lesuren, is het tevens een ideale plek om opzoekingswerk te doen of zelf eens
extra te komen oefenen.
In de lagere scholen ligt het vaak wel anders. Leerlingen en
leerkracht hebben er hun vast lokaal met hun eigen prikbord, cassette-recorder,
muziekinstrumenten en waarom ook niet
computer. De bedenkingen die
hieronder volgen, hebben bijgevolg wellicht meer betrekking op de situatie in
het lager onderwijs.
De computer in de klas: positief
- Een computer die in de klas staat kan gemakkelijker
ingezet worden in de dagelijkse klaspraktijk en biedt heel wat perspectief naar
hoeken en contractwerk.
- Praktisch gezien is het natuurlijk handig dat leerlingen
de klas niet moeten verlaten om met de computer te werken. Met andere woorden,
de computer is flexibel inzetbaar. Je hoeft hem niet van tevoren te
reserveren.
- Op de klas-PC staan alleen die programmas die voor
die klas bruikbaar zijn. Hij is een onderdeel van de klas en is er bijgevolg
ook aan aangepast en op afgestemd. Bovendien ben jij de enige leerkracht die
ermee werkt en hou je dus gemakkelijker een zicht op de zaak.
- Als de PC in de klas staat, is het ook eenvoudiger hem te
gebruiken als remediëring. Zwakkere leerlingen kunnen nog extra oefenen
aan de PC terwijl anderen bv. al aan een tekening beginnen. Omgekeerd kunnen
ook de beteren eens als beloning op de PC werken of er wat meer uitdagende,
moeilijkere oefeningen maken.
- De drempel om met een computer te werken ligt letterlijk,
maar zeker ook figuurlijk lager. Samen met de leerlingen (want die zijn er vaak
al heel goed mee vertrouwd) kan de leerkracht het medium ontdekken en er
ervaring mee opdoen. Zo kan je in je eigen klas eens iets "uitproberen" zonder
dat je over een geweldige kennis moet beschikken. Het omgaan met een netwerk
(waar je in het computerlokaal sowieso mee geconfronteerd wordt) vergt toch al
gauw meer know-how.
De computer in de klas: soms lastig
- Als je een PC in je klas hebt, verwachten de leerlingen
en je directie uiteraard dat hij gebruikt wordt. Hij mag niet zomaar een leuk
maar ongebruikt meubelstuk worden. Het gebruik van zon toestel is dus in
sterke mate afhankelijk van de interesse en de inzet van de leerkracht van die
bepaalde klas. En zo leidt één nare ervaring of één
kleine panne soms tot het aan de kant zetten van de computer.
- Voor de leerlingen is het ook van belang dat er een
zekere continuïteit ontstaat van het ene leerjaar naar het andere. Het zou
spijtig zijn als zij het ene jaar wel met de computer in de klas kunnen werken
en het andere niet, louter omdat de leerkracht geen interesse of kennis terzake
heeft. Doordat een computer bij een bepaalde klas en leerkracht behoort, is er
misschien minder zicht op deze continuïteit. Maar zelfs wanneer er een
computerlokaal is, moet de inzet van de leerkracht toch ook meezitten. Het
computerlokaal biedt wel gemakkelijker een overzicht op gebruikers en
frequentie van gebruik.
- Een computer in de klas vraagt vaak ook een andere manier
van werken. De beeldschermen en geluiden kunnen soms zelfs storend werken voor
zij die niet aan de computer zitten. Maar een andere werkvorm hoeft niet per
definitie negatief te zijn. Integendeel. Als leerlingen zelfstandiger moeten
kunnen werken, als je als leerkracht meer wil inspelen op de diversiteit van de
klaspopulatie, dan kom je algauw tot hoekenwerk met zijn specifieke organisatie
en eventuele storingen.
En het computerlokaal dan?
- Het gebruiken van een computerlokaal vergt een vrij grote
en complexe organisatie. Je moet om te beginnen al een verantwoordelijke hebben
die zich in sterke mate kan specialiseren in het gebruik van een netwerk (want
dat blijkt toch de meest voor de hand liggende oplossing in een
computerlokaal). Bovendien moet deze persoon vlot kunnen communiceren met
andere leerkrachten zodat deze op een eenvoudige en efficiënte manier van
de infrastructuur gebruik kunnen maken. Ideaal zou zijn dat iemand hiervoor
klasvrij kan gemaakt worden, zodat die op elk ogenblik mogelijke problemen en
vragen kan verhelpen. Maar wat dan als onze computerlokaalbeheerder ziek
wordt??
- Een ander onderdeel van die organisatie zijn
reserveringen van het lokaal, verplaatsingen van leerlingen, strikte afspraken
rond het gebruik van de toestellen. Even tussendoor naar het computerlokaal is
immers niet mogelijk.
- Als er genoeg computers in het lokaal staan kunnen alle
leerlingen tegelijkertijd aan de slag en zo zit je niet met de "uitverkorenen"
die op de PC mogen werken. Iedereen komt op deze manier aan bod. Maar als er
niet genoeg toestellen zijn, zitten er verschillende leerlingen in de groep die
tussendoor niets kunnen doen (tenzij hun beurt afwachten). En jammer genoeg
betekenen voldoende computers ook steeds een grote investering en dat is
ondanks de steun van buitenaf niet voor alle scholen haalbaar.
- Wel leuk aan een computerklas zijn alle
netwerkfaciliteiten. Je kan samen op Internet, leerlingen kunnen met elkaar
communiceren, pakketten kunnen gedeeld worden (op voorwaarde dat er een
netwerkversie van bestaat uiteraard). Maar zelfs in de klas kan je enkele
computers al in een netwerkje schakelen om de voordelen van netwerken te kunnen
benutten.
Een beslissing nemen op dit vlak zal altijd moeilijk
blijven. Uiteraard hangt veel af van de motivatie van de leerkrachten, de
beschikbaarheid van didactische en technische ondersteuning (BITS²
misschien?!), de lokalen waarin les gegeven wordt. Maar bovenal
de manier
waarop de leerkrachten de computer willen integreren in de lessen.
Een mooi en goed uitgerust computerlokaal oogt misschien wel
leuk voor de school, maar vraagt een enorme inspanning naar onderhoud en beheer
toe. De drempel van dit lokaal moet ook overschreden worden en dit zal niet
voor elke leerkracht even gemakkelijk zijn.
Zijn we dan niet beter met een computer in de klas die
perspectieven opent naar nieuwe onderwijsvormen die het op hun beurt mogelijk
maken te differentiëren en de individuele leerling meer aandacht te geven;
een aspect waar we in het Brussels Nederlandstalig onderwijs zeker oren naar
moeten hebben!
DE milleniumbug
|
 |
Als het weer eens komkommertijd is, staan de kranten en
tijdschriften er vol van en nu het jaar 2000 met rasse schreden nadert, stijgt
ook langzaam de computerkoorts. Zal je je PC na de memorabele 12 slagen op 31
december 1999 nog aan de praat krijgen of niet?
Het is de eerste keer dat wij er hier in de BITS²-brief
een boompje over opzetten. Niet dat wij het probleem niet belangrijk vinden,
juist wel. Onze hartjes zullen ook wel wat sneller kloppen als we volgend jaar
na de kerstvakantie weer achter onze schermen kruipen. Maar wij willen jullie
niet nodeloos ongerust maken. Bovendien willen we absoluut vermijden dat je
allerlei gekke tests gaat uitvoeren met je VGpC om dan te moeten vaststellen
dat hij de "testings" niet overleeft.
Dus een geruststelling en tevens een waarschuwing:
BITS² zal je tijdig op de hoogte brengen van:
- Problemen die zich zouden kunnen voordoen
- Testen die je eventueel zou moeten uitvoeren
Maar laten we in deze BITS²-brief gewoon eventjes het
jaar-2000-probleem, ook wel de "milleniumbug" genoemd, situeren.
Toen men in de jaren 60 en 70 meer en meer
gebruik begon te maken van computers, waren geheugen en opslagcapaciteit nog
heel duur. Alle middeltjes om plaats op de PC te sparen waren dus goed. Vandaar
dat jaartallen afgekort werden tot 2 cijfers. Zo stond 64 voor het jaar 1964.
En hoewel de prijzen van geheugen fors gedaald zijn sindsdien, is deze manier
van noteren blijven voortbestaan. Toen men in de jaren 90 stilletjes aan begon
te beseffen dat er ook leven is na 2000, dook het ene alarmerende bericht op na
het andere. Wat met de overgang naar 2000, wat met projecten die doorlopen na
99?
Bovendien beperkt dit probleem zich niet tot de
computerwereld alleen. Elke toepassing immers die met een datum en tijd werkt,
komt in aanmerking om te gaan sputteren bij de overgang van 99 naar 2000.
Denken we maar aan betaalautomaten, meetapparatuur, monitors in ziekenhuizen,
toegangscontrole, prikklokken
Een drie-ledig probleem
"Een ongeluk komt nooit alleen" zegt men. Zo is ook de
milleniumbug een probleem met eigenlijk drie facetten.
2 jaartalcijfers ipv 4
Als een systeem maar 2 jaartalcijfers gebruikt dan is het
maar de vraag of hij 00 herkent als 1900, als 2000 of misschien zelfs helemaal
niet. In dit laatste geval kunnen foutieve berekeningen ontstaan of sommige
systemen zelfs volledig vast lopen.
2000 = een schrikkeljaar
Het laatste jaar van een eeuw is nooit een schrikkeljaar,
ook al kan je het delen door vier. Anders zou onze kalender niet correct
afgestemd blijven op de zonnetijd. Maar eens in de vier eeuwen maakt men hierop
een uitzondering. Het jaar 2000 is een schrikkeljaar en de 29ste februari moet
wel degelijk geprogrammeerd staan in het systeem wil je geen problemen krijgen.
Speciale betekenis voor 99
Het gebeurt dat een programmeur of gebruiker een bepaalde
speciale betekenis toekent aan de cijfers 9999. Bijvoorbeeld om aan te geven
dat in een bepaald veld een onbeperkt aantal karakters mogen ingevuld worden,
kan een programmeur dit beschrijven als 9999. Dit is dan een soort code.
Toevallig is dit ook wel een datum namelijk 9 september 99. Dus op deze
veel minder magische dag zou je al problemen kunnen krijgen.
We zullen in het kader van deze problematiek dus zeker 4
kaarsjes moeten branden. Op:
- 9 september 1999
- 31 december 1999
- 1 januari 2000
- 29 februari 2000
en dan kunnen we er weer een eeuwigheid tegen
hopen we!!
(wordt vervolgd)
Het Net
anders gelezen
|
 |
"Dat is nu toch al te gek! Ik vraag mijn leerlingen om een
boekbespreking te maken en verschillenden onder hen geven me gewoon een
bespreking die ze ergens gevonden hebben op Internet."
Misschien heb je dit verhaal of iets gelijkaardigs al aan
den lijve ondervonden. Want inderdaad op het Net is heel wat informatie te
vinden en de handige jongens (of meisjes) uit je klas zullen die snel vinden
als ze daarmee hun huistaak wat kunnen verlichten. Hier zijn enkele sites waar
leerlingen hun 'inspiratie' zouden kunnen gaan halen:
Het zou straf zijn daarom te beweren dat boekbesprekingen nu
plots uit den boze zijn. Maar misschien moeten we slimmer of beter gezegd
creatiever zijn dan onze leerlingen en onze opdrachten aanpassen aan de
mogelijkheden waarover leerlingen, en dus ook leerkrachten beschikken.
Het is immers niet zo dat alles wat je op het web vindt van
reuzekwaliteit is. Integendeel. Een eerste reflex bij het surfen zou de
controle moeten zijn. Hiermee bedoelen we dat je steeds moet nagaan wie een
bepaald stukje tekst geschreven heeft, tot welke instelling deze persoon
behoort. Vaak staat de auteur op het Web niet eens vermeld of behoort hij tot
één of andere duistere firma X.Y.Z. Ook op het inhoudelijke vlak
kun je best met een kritische geest de aangeboden informatie lezen in plaats
van zomaar klakkeloos te geloven wat er staat.
Vanuit deze wetenschap, kan een opdracht "boekbespreking
maken" er al heel anders gaan uitzien. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld gevraagd
worden een aantal verschillende besprekingen over één boek te
zoeken. Tussen deze kunnen ze gelijkenissen en verschillen opzoeken. Zo wordt
het mogelijk eventuele fouten te vinden of verder in te gaan op
tegenstrijdigheden tussen de verschillende besprekingen. De bronnen kunnen
vergeleken en nagetrokken worden. Leerlingen leren zo de informatie die ze
vinden naar waarde te schatten. Want zorgvuldig leren omspringen met informatie
is zeker een (nieuwe) vaardigheid waarover je moet beschikken in deze steeds
sneller evoluerende informatiemaatschappij.
Deze laatste overstelpt ons bovendien met informatie.
Wellicht is ook daar een opdracht in weggelegd naar leerlingen toe. Wie reikt
hen immers de sleutels en criteria tot het snel filteren van informatie om zo
alleen de waardevolle dingen echt over te houden en effectief te lezen? Wie
geeft hen een stafkaart om snel de weg te vinden in het overvolle
informatiebos?
Wellicht worstel je als leerkracht zelf nog met al deze
vragen, maar toch lijkt het ons zinvol om samen met leerlingen antwoorden te
zoeken. En dat kan nog altijd vanuit die "oude" opdracht van het schrijven van
een boekbespreking.
En voor wie het echt wil
als het Web afgeschuimd is,
blijft nog altijd de uitdaging om een originele, creatieve, vernieuwende
boekbespreking te schrijven. Misschien een interactieve, met links naar andere
besprekingen, met kritische noten en bevindingen en met een persoonlijke
reactie op het boek, want die blijft toch nog altijd uniek.
BITS² - 1999
|