Op 7 november stelde een Brits bedrijf de Jetpod voor. Het is een klein
vliegtuigje dat binnen vijf jaar mensen van de ene stad naar de andere kan
vliegen. Als een soort luchttaxi. Het Britse bedrijf is er rotsvast van
overtuigd en wil binnen een goed jaar al proefvluchten maken met deze kleine
vliegtuigjes. Ze zijn superstil en maken nogal een vaart. In vier minuten
kunnen ze je 40 km verder brengen. Om te landen heeft het tuigje maar een
landingsbaan van 120 meter nodig.
Daardoor zou het makkelijk middenin een
grote stad kunnen landen. Vooral voor drukke zakenmensen zou het haast
letterlijk een geschenk zijn dat uit de hemel valt. Echt duur zou een vlucht
ook niet zijn. Niet veel meer dan een taxirit vandaag kost. Bovendien zouden de
kleine vliegtuigjes ook voor allerlei andere zaken kunnen worden ingezet. Om
mensen te redden en snel naar een ziekenhuis over te brengen bijvoorbeeld.
De Jetpod is niet het eerste privévliegtuigje. In Zuid-Afrika wordt al jaren aan de Skycar gewerkt. Ook dat is een klein vliegtuigje dat volgens de makers op langere termijn de wagen kan vervangen. Het bijzondere aan de Skycar is dat je er verticaal kunt mee opstijgen. Eens in de lucht worden de motoren gekanteld en vliegt het als een vliegtuig vooruit. Je kunt er dus vanuit je tuin mee vertrekken. Met de Skycar werden al met succes proefvluchten gemaakt. Er kunnen een piloot en twee passagiers in.
Dit is wat ik onlangs las:
in mijn lakens en matras
zitten
honderdduizend mijten
te glimmen van de pret.
Ze krioelen en kriwoelen
en pissen in m'n bed.
Daar lig ík dan in
en trek de pis tot
aan m'n kin.
En onder 't aangerecht,
waar al zoveel lekkers
is op neergezet,
woont de pissebed.
Beddepis en pissebed,
ik heb ze samen met de luizen
aan de deur
gezet...
In het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel kun je nog tot 14 mei kennismaken met alle kriebelbeestjes in en om het huis. Van bed tot bad. Van mijten over luizen tot pissebedden. Zoals gewoonlijk is het niet zomaar een tentoonstelling. Je kunt er ook zelf heel veel doen en ontdekken.
Terwijl we slapen, zitten, eten, krioelt het van de beestjes om ons
heen. Meestal zie je ze niet eens. Behalve dan die vlieg die naar je boterham
met konfituur lonkt. De andere verstoppen zich. Zoals de pissebed onder het
aangerecht. Of de motjes in de kleerkast. Of ze zijn zo klein dat je ze niet
eens kunt zien. Zoals de mijten die met duizenden tegelijk gezellig naast je
liggen in bed. Zelf ben je ook een grote dierentuin. Je lichaam zit vol kleine
bacteriën. Maar wees niet bang. De meeste hebben geen kwaad in de zin.
Integendeel. Ze helpen je. Om je eten te verteren bijvoorbeeld.
In de
tentoonstelling kun je ze voor één keer wel allemaal zien. Heel
sterk uitvergroot. Of beter: jij wordt via een krimpmachine eindeloos
verkleind. Zodat je een beestje tussen de beestjes wordt. Zo kun je tussen de
haren kruipen, waar ook een luis zit. Groter dan jezelf. Via microscopen kun je
vliegen tot in de kleinste details bestuderen. Je kunt vleugels aantrekken en
ervaren hoe vliegen met hun klauwen en kleefkussentjes tegen het plafond kunnen
lopen. Er is een nest parasolmieren te zien, er is een spinnenweb met een
trildraad waar je zelf op een prooi kunt zitten wachten.
Ook in de keuken
krioelt het. En als je aan tafel zit, zit je daar heus niet alleen... Er is ook
nog een kriebelbeestjesspel en je kunt jezelf met je kriebelvriendjes
fotograferen en meteen naar iemand mailen...
Meer info vind je op de website van het museum: www.natuurwetenschappen.be.
Wist je dat er in een stofzuigzak 365 miljard bacteriën zitten, 2,6 miljard schimmels en 66 000 mijten? En in je matras enkele honderdduizenden mijten die er eten, kakken en pissen?
Duitsland
Verenigd Koninkrijk
Frankrijk
Oostenrijk
Nederland
Griekenland
Portugal
België
Finland
Ierland
Luxemburg
Spanje
Zweden
Italië
Letland
Litouwen
Estland
Denemarken
Malta
Polen
Hongarije
Tjechië
Slovenië
Slowakije
Cyprus
Geert De Kockere
Niet zo lang geleden was er een man. Nu zijn er wel meer mannen en is dat op zich niets bijzonders. Maar de man waarover ik het heb, woonde op een eiland. Ik geloof zelfs dat hij er nog steeds woont. Het was een klein eiland. Hij kon er makkelijk in één enkele dag rond wandelen. Hij hoefde zich niet eens te haasten. Het was ook een onbekend eiland. Alleen hij kende het. Er kwam nooit iemand langs. Geen boot voer er voorbij. De man was een dichter. Want hij schreef alles dicht. Alles wat hij zag of vond en waarop hij kon schrijven, schreef hij vol. Hij kon goed schrijven. Goed en vooral mooi. En daarmee bedoel ik niet dat zijn handschrift mooi was om te zien. Nee, zijn gedachten waren mooi om te lezen. Dat bedoel ik.
Op zekere dag wandelde hij weer het eiland rond. Slenterend en met in zijn ene hand een stok. Het was net vloed geweest en de zee trok langzaam weer weg. Ze liet een mooi strand achter. Mooi en heel vlak. Als een effen, gladgestreken blad. Zonder één enkele kreukel erin. Tenminste als je niet te dichtbij kwam. De man die een dichter was, zag dat onbeschreven blad en kon er niet aan weerstaan. Met zijn stok schreef hij op het strand in reuzen van letters: 'Ik wou.'
Meer schreef hij niet. Ten eerste omdat er eigenlijk niet zoveel plaats meer over was - hij had echt in reuzen van letters geschreven - en ten tweede omdat hij niet meer wilde schrijven. Die twee woorden volstonden om alles te zeggen wat hij wou zeggen. Dat vond hij toch zelf. Hij was dan ook een dichter. Hij schreef zijn gedachten altijd dicht bij elkaar. Zo dicht mogelijk. Geen woord te veel. Altijd juist gepast. Want de man hield niet van overtollige woorden. En nog minder van overbodige woorden. Dus schreef hij alleen: 'Ik wou.' Met een duidelijke punt aan het eind. Want zijn zin was helemaal af. Er viel niets meer te verwachten. Daarna wandelde hij tevreden verder. Zijn hele eiland rond. Toen hij thuis kwam, schreef hij nog enkele aangespoelde papiertjes vol, waarna hij een dutje deed in zijn luie stoel in zijn kleine hut.
Uitgerekend die dag vloog er voor het eerst een klein vliegtuigje over het onbekende eiland, waardoor het ineens een beetje minder onbekend was. De piloot keek naar het eiland en las: 'Ik wou.' Hij maakte rechtsomkeer en las weer: 'Ik wou.' Want wie kan lezen, leest altijd 'Ik wou.' Ook al lees je dat omgekeerd. Of ondersteboven. Hij cirkelde nog enkele keren boven het eiland, las steeds 'Ik wou.' en vloog ten slotte door, heel erg verwonderd over wat hij had gelezen.
Eenmaal thuis vertelde de piloot wat hij had gezien. Aan iedereen die het wilde horen, vertelde hij dat hij een eiland had gezien dat iets wou. Veel mensen die dat moeilijk konden geloven, vroegen of hij dat wel zeker was. Of hij het wel goed had gezien. En vooral of hij het goed had gelezen. Of het niet eerder 'Ik wou...' was. Met drie puntjes aan het eind. Maar de piloot antwoordde steeds dat hij het goed had gezien. En dat hij het heel zeker was. Dat hij het zelf met eigen ogen wel tien keer had gelezen. 'Ik wou.' stond er. Pardoes op het strand. In mooie, evenwichtige letters. En met een duidelijke punt aan het eind.
En zo werd het verderverteld. Dat er ergens pardoes in de zee een eiland lag. Een eiland dat iets wou. Maar niemand wist wat. Zo werd dat eiland in heel korte tijd heel bekend. En de piloot die het eiland had ontdekt ook. Hij moest er spreekbeurten over geven. Het hele land rond. En nog verder. Gelukkig had hij een vliegtuig. Hij vertelde overal heel precies wat hij had gezien en gelezen. Hij zei dat er op het strand van een onbekend eiland dat ondertussen heel bekend was geworden, in mooie evenwichtige letters stond: 'Ik wou.' Met een punt aan het eind.
Sommigen probeerden het eiland terug te vinden. Ze huurden boten en vliegtuigen. Ze vlogen naar het westen en het oosten. Ze voeren naar het zuiden en het noorden. Maar niemand zag een eiland met een strand ervoor waarop 'Ik wou.' stond. Niemand. Nergens. Anderen verzonnen er verhalen over. Over een eiland ergens ver in zee, een eiland dat iets wou. En zij die het beste konden verzinnen, verzonnen er ook bij wat het eiland wou. Een aangespoelde drenkeling met een lange baard bijvoorbeeld. Of bezoek, heel veel bezoek. Van chique boten die er kwamen aanleggen. En die heel veel mensen meebrachten. Chique mensen met chique kleren. Zodat het eiland meteen een chic eiland werd.
En terwijl dit alles gebeurde, dit alles en nog veel meer, wandelde op het eiland een man rond. Een man die dichter was en er van droomde ooit een gedicht te schrijven dat zo bijzonder was dat de hele wereld er van zou horen. Het moest een kort gedicht zijn, vond hij. Geen overtollige en zeker geen overbodige woorden. Zo kort dat je er zelf nog van alles kon bij verzinnen. Ja, dat was wat hij boven alles wou...
Eilanden spreken tot de verbeelding. Er werden verhalen over geschreven, er werden liedjes over gemaakt. Heel even op een onbewoond eiland kunnen wonen, is voor velen een droom. Er zijn veel eilanden op de wereld. Grote eilanden en kleine eilanden.
Het grootste eiland op de wereld is Groenland. Het leunt aan tegen de noordpool en heeft een oppervlakte van maar liefst 2 130 800 vierkante kilometer. Het grootste deel is bedekt met ijs. Het is er koud, heel koud. Er wonen maar 40 000 mensen. Groenland behoort tot Denemarken. Australië is nog groter, maar dat is eigenlijk geen eiland. Het is een continent.
IJsland is het grootste vulkanische eiland in de wereld. Het werd gevormd door de uitbarsting van een vulkaan diep in de oceaan.
Soms ontstaan eilanden door toedoen van de mens. Het grootste kunstmatige eiland ligt in Canada: Île René-Levasseur. 210 miljoen jaar geleden sloeg een meteoriet er een grote krater met in het midden een soort berg. Door het afdammen van een rivier liep er water in. De berg in het midden vormt er nu een heel bijzonder eiland.
De eerste eilanden op Aarde ontstonden 4,4 biljoen jaar geleden, toen de oceanen werden gevormd. De meeste eilanden die we vandaag kennen, zijn vrij jong en het gevolg van de dalende of stijgende zeespiegel. Het oudste eiland is Madagascar . Het ontstond toen India en Antarctica zich van elkaar losscheurden. Het brak als het ware van India af en ging z'n eigen weg...
Het kleinste eiland dat tegelijk ook een land is met een eigen regering is Nauru, rechtsboven Australië. Het is maar 21,3 vierkante km groot en er wonen maar 12 809 mensen.
Het grootste eiland op een ander eiland is Pulau Samosir in een meer op Sumatra. Het is onbewoond en is 630 vierkante km groot. Groter dus dan Nauru.
In een meer in Tibet liggen de hoogste eilanden ter wereld. Het
meer zelf ligt 5 209 meter boven de zeespiegel.
Het laagste eiland ter
wereld ligt in het Afrikaanse Ethiopië. Het ligt in een meer dat
zelf 103 meter onder de zeespiegel ligt.
Bishop Rock ten zuidwesten van Engeland werd in de 19de eeuw opgetekend als kleinste eiland ter wereld. Het is een soort rotspunt die uit de zee opsteekt. Net groot genoeg om er een vuurtorentje op te bouwen. Een eiland moet altijd ten minste een beetje boven het water uitsteken en er moeten plantjes groeien.
Stefan Everts werd dit seizoen voor de achtste keer wereldkampioen motorcross. Dat is een absoluut record. Hij won ook al 79 wedstrijden. Everts werd geboren in 1972 en woont in Neeroeteren. Vorig jaar won hij nog de Trofee voor Sportverdienste. Als straks de vele sportprijzen voor 2004 worden uitgereikt, is hij zeker kandidaat om er weer één te winnen.