Records en nog eens records. Mensen zijn gek op records. Ze houden er zelfs een speciaal boek over bij: het Guinness Book of Records. Daarin staan alle records. Van de meest spectaculaire tot de allergekste. Ook dit Chinese meisje van 16 jaar staat voortaan in dat boek. Zij brak het record 'hoelahoepen'. In een circus in het Duitse Stuttgart slaagde ze erin om 265 hoepels tegelijk rond haar lichaam te laten draaien. En in Chili kuste iemand 54 uur aan een stuk een auto. Het was een wedstrijd. Wie het langst de auto bleef kussen, mocht ermee naar huis rijden. In het station van Kortrijk trokken 150 miniatuurtreintjes een echte trein van 80 ton voort. Ook dat is een nieuw record. En nu is het jouw beurt: welk record ga jij breken?
Het rijmt:
kristalsuiker op het gras,
snoepgoed in winterjas...
Hapje na hapje
eet ik alles
ogenblikkelijk op.
In de winter,
in de buurt van bomen,
vind je altijd rijmplekken.
Gedichten liggen er
voor het rapen:
fonkelende rijmpjes
aan
een steeltje.
Tijdens de wintervakanties gaan mensen graag skiën. Of ze reizen naar plaatsen waar er sneeuw is om wandelingen in de sneeuw te kunnen maken. Sneeuw is iets poëtisch. Sneeuw en ijs spreken tot de verbeelding en geven de wereld ineens een heel ander uitzicht. Kinderen zijn er gek op. Ook de meeste volwassenen vinden het wel eens plezierig als het sneeuwt. Maar wat is sneeuw? Hoe ontstaat sneeuw?
Sneeuwkristallen
Sneeuw ontstaat niet uit het niets. Sneeuw groeit. Een sneeuwvlok is een
verzameling van sneeuwkristallen, die één voor één
aan elkaar blijven hangen. En een sneeuwkristal groeit ook. Een sneeuwkristal
groeit uit vocht in de wolken. Vocht is een soort gas van water. Het is het gas
dat ontstaat als water verdampt. In de wolken zit er veel vocht. Als ijskoude
vochtdeeltjes samenkomen, worden het ijskristallen. En als een honderdtal van
die ijskristallen gaan samenklitten, vormen ze een sneeuwvlok. Die wordt dan zo
zwaar dat ze uit de wolken naar beneden dwarrelt: het sneeuwt!
Sneeuwkristallen kunnen verschillende vormen hebben en zijn heel mooi.
Precies kunstwerkjes. Een sneeuwvlok is dus een verzameling van honderd of meer
van die kunstwerkjes bij elkaar.
IJsmist
Sneeuwvlokken kunnen onzichtbaar klein zijn of behoorlijk dik. Tot 2,5
cm doorsnede. Aan de noord- en zuidpool komen sneeuwvlokjes voor die je met het
blote oog niet kan zien. Het zijn ijskristallen die samen een soort ijsmist
vormen. Net zoals gewone mist ook heel veel piepkleine regendruppeltjes bij
elkaar zijn. Die ijsmist komt voor als het heel erg koud is aan de polen.
Sneeuwvlokken groeien nog tijdens hun val. Nieuwe ijskristallen die in de
lucht rondzweven blijven eraan hangen. Een sneeuwvlok valt met een snelheid van
90 cm per seconde.
Rijm of rijp
Bijna alle sneeuwkristallen hebben zes zijden. Maar ze verschillen erg
in vorm, afhankelijk van de temperatuur. De sneeuwvlokken van één
sneeuwbui kunnen verschillende soorten ijskristallen hebben. Als je twee of
meer sneeuwvlokken die op je hand vallen onder een microscoop zou leggen, zou
je dus verschillende ijskristallen ontdekken. En dat wil zeggen: niet elke
sneeuwvlok uit dezelfde sneeuwbui is even koud...
Ook rijm (of rijp)
ontstaat op dezelfde manier als sneeuw. Het zijn piepkleine ijskristallen die
aan elkaar gaan kleven. Heel dicht tegen elkaar aan, veel dichter en met minder
lucht ertussen dan in een sneeuwvlok. Daardoor lijkt het of ze samen
één stukje ijs vormen. Besluit: zeg nooit zomaar ijs tegen ijs.
Ijs is altijd een verzameling van wonderlijke ijskristallen.
Iemand keek naar de lichtbruine horizon in de verte en vroeg zich af wat er achter die horizon te zien was. Hij zocht een paar stenen bij elkaar en ging erop staan, turend naar de horizon. Veel meer zag Iemand niet. En toch, dacht Iemand, moet daarachter wel iets zijn. Iets heel spannends misschien, iets nieuws, iets wat je je zelfs niet kunt voorstellen, omdat je het nog nooit zag. En dus wilde Iemand het zien. Hij zocht nog meer stenen en bouwde er een muurtje mee. Toen het muurtje klaar was, ging Iemand bovenop het muurtje staan. Hm, dacht Iemand, het is net of ik al iets zie. Iets kleins achter de horizon. Een fijn, groen streepje. Wat zou het zijn? vroeg Iemand zich af.
Hij zocht nog meer stenen en bouwde verder. Maar omdat Iemand bang was dat het muurtje omver zou vallen, bouwde hij in het rond. Steen per steen, hoger en hoger. Ervoor stapelde hij ook stenen. Als een trap. Zodat hij bovenop het ronde muurtje kon gaan staan. Toen hij weer naar de horizon keek, zag hij nu al een flinke streep groen. Fris, vrolijk groen. Veel groener dan Iemand ooit had gezien.
Maar nog was Iemand niet tevreden. Want hij vroeg zich af wat er achter het groen was. En dus bouwde hij verder. Het muurtje werd langzaam een toren. Af en toe hield Iemand op met bouwen en ging boven op zijn toren staan. De streep groen was nu een strook groen. Een nieuwe horizon! dacht Iemand. Het groen is een nieuwe horizon! Maar wat zou er achter die horizon te zien zijn?
Iemand zocht nog meer stenen bij elkaar en bouwde verder. De toren werd hoger en hoger. Hier en daar liet Iemand een gat in de toren. Zodat hij door het gat naar de horizon kon kijken. Naar alle horizonten. Want het werden er steeds meer. Als hij onderin de toren stond en door een gat in de toren keek, zag Iemand de eerste horizon. Wat hoger in de toren kon hij al de tweede horizon zien: een strook groen. Daarna kwamen de derde en de vierde horizon. Enzoverder. Iemand kon al zes horizonten zien. De zesde was een bruine horizon. En elke keer hoopte Iemand dat hij eindelijk de laatste horizon zou zien. En dus eindelijk zou weten wat erachter was. Het moest iets formidabels zijn. Het kon niet anders. Maar achter elke nieuwe horizon kwam weer een nieuwe. Hoe hoog Iemand ook bouwde, er kwam steeds een nieuwe horizon tevoorschijn. Alsof er ginder heel ver ook iemand aan het bouwen was. Geen toren, maar horizonten. En telkens Iemand een stukje toren bouwde, bouwde iemand anders een nieuwe horizon.
Maar Iemand was een doorzetter. Hij bouwde verder en zijn toren werd steeds hoger. Het bouwen duurde nu wel langer. Want Iemand moest telkens het hele eind naar beneden om nieuwe stenen te halen. Af en toe keek Iemand vanop het hoogste punt van de toren naar de horizon. Hij zag al veel verder dan de eerste horizon. Maar nog steeds kon hij niet zien wat er achter de verste horizon was. En dus bouwde hij voort. Hoger en hoger.
De toren werd de hoogste toren van de wereld. Hij reikte bijna tot aan de eerste wolken. Iemand had nu al vele horizonten gezien. Grijze en donkergroene, lichtbruine en warme rode. Er was zelfs een blauwe horizon bij. En nog dacht Iemand dat hij ze niet allemaal had gezien en dat er achter de laatste horizon beslist iets fantastisch moest verborgen zijn.
Weer haalde Iemand stenen en weer bouwde hij verder. Zonder ophouden. Want Iemand wou werkelijk die allerlaatste horizon zien. Na weken te hebben gebouwd, ging Iemand bovenop de toren staan en keek gespannen naar de horizon. Is dat? Zou dat? Zou dat werkelijk? Iemands hart klopte. Zag hij eindelijk de laatste horizon? Hij boog zich nog verder voorover om er zeker van te zijn dat hij het goed zag. Op dat moment verloor Iemand zijn evenwicht en viel van de toren naar beneden. Het duurde een hele poos vooraleer Iemand beneden was. Ondertussen zag hij alle horizonten nog eens voorbijflitsen. Van de grijze, de bruine en de blauwe, over de warme rode tot de donkergroene. En ten slotte de allereerste horizon, waarmee alles begon. En dat was ook de allerlaatste die Iemand ooit zag...
Hoog, hoger, hoogst... De mens is altijd geboeid geweest door de lucht. Over de hele wereld worden torens gebouwd. Men probeert steeds hoger te bouwen. En men gaat er zelfs in wonen. Boven elkaar wonen, spaart plaats. En het geeft je misschien een klein beetje het gevoel te kunnen vliegen...
De toren op de tekening boven bestaat nog niet in het echt. Wel op papier. Het moet de allerhoogste toren ter wereld worden. Hij zal in Dubai worden gebouwd en moet ten minste 705 meter hoog worden. Dat is bijzonder hoog. Een Belgische firma gaat meehelpen aan de bouw ervan. De toren zal uit 160 verdiepingen bestaan. De eerste 40 worden een hotel, de middelste 60 woonappartementen en de bovenste kantoren. Helemaal boven krijg je een prachtig uitzicht. Alsof je in een vliegtuig zit. Goedkoop zal het niet zijn: tot 8 000 euro voor 1 vierkante meter. Maar in 37 minuten tijd waren de eerste 40 etages al verkocht...
Dit is de Taipei-101-toren. Hij staat in de hoofdstad van Taiwan en is de hoogste toren van het ogenblik: 508 meter. Hij werd pas eind vorig jaar geopend voor het publiek. Hij is gemaakt van glas en staal en telt 101 verdiepingen. In de toren brengen twee snelle (de snelste die er zijn) liften je naar boven. Ze suizen met een snelheid van 1 010 meter per minuut. In een halve minuut ben je dus boven. In december beklom de Fransman Alain Robert de toren. Hij wordt ook de Spider-Man genoemd.
En dit is de tweede hoogste toren. Het is een tweelingtoren: de Petronas Torens uit 1998. Ze zijn 452 meter hoog. Ze staan in Kuala Lumpur in Maleisië en tellen 88 verdiepingen. De verbinding tussen de twee torens is een overdekte loopbrug halfweg en kan door het publiek worden bezocht. Je krijgt er een geweldig uitzicht over de stad. Gratis en voor niets, want de toegang is gratis...
Zij is de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten van Amerika en dus een heel machtige vrouw. President Bush werd vorig jaar herverkozen tot president en zijn vorige minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell wil het niet meer doen. Overal waar er in de wereld belangrijke dingen gebeuren, zal ook Condoleezza Rice te zien zijn...