Kitsplus


Trui en jas, muts en das!

'Doe je jas dicht en je sjaal om! Anders word je ziek.' Dat hebben al honderden moeders tegen hun kinderen gezegd als het winter is. Maar is dat nu waar of niet? Onderzoekers durven elkaar wel eens tegenspreken.

Elk jaar opnieuw in de herfst of de lente willen kinderen zonder jas naar buiten. Ze hebben het echt niet koud. Maar hun moeders weten wel beter: 'Straks word je ziek!' zeggen ze dan. En de kinderen moeten hun jas aan. Want iemand die koud heeft, krijgt een verkoudheid, daarvan is iedereen overtuigd. Terwijl veel wetenschappers beweerden dat dat eigenlijk nooit bewezen is. Een griep of verkoudheid krijg je omdat er een virus in je lichaam is gekropen. Onzichtbaar kleine beestjes die in je lichaam niet thuishoren. Je wordt ziek door een infectie, en niet omdat je koud hebt, was de uitleg. Maar onlangs zegden andere onderzoekers dat de koude toch een rol speelt. Ze deden een test met 180 vrijwilligers. 90 van hen moesten 20 minuten lang met hun voeten in ijskoud water gaan zitten. De anderen deden dat niet. Van die eerste groep werden er de dagen nadien veel meer mensen verkouden dan van de tweede groep. De onderzoekers zochten een verklaring: 'Je wordt inderdaad ziek door een virus in je lichaam. Maar je kunt dat virus ook hebben en niet ziek zijn. Veel mensen lopen ermee rond maar worden niet ziek. Tot ze op een moment een tijdje kou lijden. De koude maakt het virus als het ware wakker.' Dus deze winter toch: op tijd je sjaal en muts bovenhalen!

(G)oude(n) raad

De onderzoekers gaven enkele tips om griepjes te bestrijden. Ze gelijken sterk op grootmoeders wijze raad: neem een stevig ontbijt, ook al heb je niet veel honger. Een ontbijt versterkt de weerstand. Drink een kom kippensoep: kippensoep verzacht een verkoudheid. En ben je ziek, wees dan geduldig! Je moet uitzieken, zegt men: rusten, veel slapen en wachten tot je weer beter bent.

Vechten tegen de kou

Als je verkouden bent, heb je een virus opgelopen. Dat krijg je van iemand anders, die het virus ook heeft. Het is heel normaal als je met veel mensen samen bent. Op school, of op het werk. Altijd zijn er wel mensen die het virus hebben, maar er geen last van hebben. Ze voelen zich niet ziek. Maar als een van die mensen koud heeft, moet het bloed in het lichaam meer moeite doen om het lichaam warm genoeg te houden. En zo vecht het bloed minder tegen het virus, en wordt dit sterker. Dan krijgt de persoon keelpijn, een verstopte neus of een hoestbui: 'Daar heb je 't al!' zucht moeder dan, ' je bent ziek!'

Rillingen

Virussen waarvan je verkouden wordt, zijn er ook in de zomer. Maar toch worden de mensen vaker ziek in de winter. Omdat het dan kouder is buiten. Het lichaam zit lekker warm in een dikke winterjas, maar de neus blijft bloot. Die krijgt geen muts op. Anders kunnen we niet meer ademen. Het bloed in de neus moet extra zijn best doen om hem warm te houden. En daarom krijgen de virussen meer kans om hun gang te gaan. Natte haren en natte kleren zijn ook slecht. Want je krijgt het er heel koud van.

Werken op de hoek van de straat

Eerste minister Guy Verhofstadt bedankte vorige maand de straathoekwerkers in de grote steden. 'Zij doen belangrijk werk', zei hij. Hij beloofde dat er zeker genoeg geld zou blijven om het werk te blijven voortdoen. Maar sommige politiekers vinden niet dat straathoekwerkers moeten blijven bestaan.

In Parijs waren er vorige maand ernstige rellen in de voorsteden. Jongeren staken auto's in brand en speelden kat en muis met de politie. Ook in België gebeurde het hier en daar. Maar lang niet zo erg als in Frankrijk. 'Dat komt omdat de straathoekwerkers erg hun best doen', zei de eerste minister. Hij bedankte hen voor hun inzet en beloofde dat er zeker geld zou zijn om hun werk te kunnen voortzetten. Sommige politiekers vinden het straathoekwerk niet echt de moeite waard, en zouden het liever afschaffen. Maar dat gebeurt niet, zei de eerste minister nu.

Straathoekwerkers

Straathoekwerkers zijn opvoeders die proberen contact te leggen met de jongeren op straat. Niet de meisjes of jongens die op weg zijn naar hun oma of vriendje. Maar de jongeren die heel veel op straat rondhangen. Zelfs als ze eigenlijk naar school moeten. Hun ouders weten niet waar ze zijn. Of ze vinden het niet erg dat hun kinderen niet op school zijn. In grote steden bestaan zo'n groepjes van jongeren. Ze spijbelen en weten eigenlijk niet goed wat te doen. Ze halen al eens kattenkwaad uit. Of iets ergers. Dan moet de politie erbij komen en worden ze gestraft. Maar dat haalt vaak niet veel uit. De jongeren vinden het juist cool om door de politie opgepakt te worden. Maar ondertussen verknoeien ze wel hun leven: ze zullen geen diploma halen en geen werk vinden. Ze kunnen geen geld verdienen en gaan zich vreselijk vervelen. Zo komen ze algauw op het slechte pad: stelen, vechten, drugs verkopen...

Familie

Hun familie en vrienden laten hen ook in de steek. De politie kan hiertegen niet veel doen. Straffen en boetes helpen meestal niet. De bendes beschouwen de politie als hun vijand, en zullen niet gauw naar hen luisteren. Straathoekwerkers proberen het probleem anders aan te pakken. Zij proberen met de jongeren te praten en hen op andere ideeën te brengen: 'De jongeren moeten begrijpen dat wat ze doen, niet kan. Dat ze op die manier hun leven en toekomst verknoeien. Het is een moeilijke opdracht om dat duidelijk te maken aan deze jongeren. Ze willen meestal niet luisteren naar volwassenen.'

Belangrijke babbel

Straathoekwerk is moeilijk werk. Je moet contact zoeken met jongeren die boos zijn op de politie en op zowat alle andere mensen: hun familie, de leraars op school, de buren... Ze vinden dat iedereen ongelijk heeft. Dat komt omdat ze zelf in niks zin hebben, en van zichzelf denken dat ze niks waard zijn. Dat is ook wat de anderen van hen zeggen, als ze spijbelen op school en dingen doen die niet mogen. 'Het is belangrijk', zeggen de straathoekwerkers, 'dat er mensen zijn die dat niet zeggen, en wel vinden dat ze iets waard zijn.' Straathoekwerkers kunnen de problemen van de jongeren niet oplossen. Vaak zijn er moeilijkheden thuis, te weinig geld, of ouders die niet goed voor hen zorgen... Maar alleen al luisteren en babbelen is ook belangrijk. Dat zorgt ervoor dat de jongeren niet voortdurend boos zijn, en ook al eens plezier hebben in gewone dingen. Straathoekwerkers kunnen echter niet bewijzen dat ze hun werk goed doen: ze kunnen geen rapporten geven aan de kinderen, ze kunnen niet tonen dat de jongeren kalmer zijn... Dat is soms de reden dat anderen het straathoekwerk maar niks vinden. 'Waar betalen we die kerels eigenlijk voor? Om een babbeltje te doen op straat?' vragen zij zich af.

Opsluiten

De straathoekwerkers zijn heel blij met de woorden van de eerste minister. 'Dat mag hij wel eens meer zeggen', vinden ze. Want veel andere mensen vinden dat straathoekwerk maar niks. 'Die boefjes moet je gewoon straffen en opsluiten!' zeggen zij, 'ze helpen lukt toch niet!' Toch is het dankzij de straathoekwerkers dat het geweld vorige maand in Frankrijk niet is overgewaaid naar de steden in België, zegt de eerste minister nu, en zij krijgen meer geld en middelen om hun werk voort te zetten.

Om te spelen

De cadeautjestijd komt er weer aan. De Sint, Kerstmis, nieuwjaar... Veel mensen breken zich het hoofd. Wat moeten we kopen voor iemand die alles al heeft? Er is veel te koop in de winkels. De mensen van de rijke landen worden consumenten genoemd. Consumeren is verbruiken, opmaken. We hebben er zelfs een minister voor. Mevrouw Freya van den Bossche is Minister van Consumentenzaken.

In januari komt er een nieuw spel uit voor op de Playstation. Je kunt veel punten winnen als je in het spel zoveel mogelijk leerlingen en leraars pest. De grootste pestkop is de winnaar. Kinderen met hun hoofd in de wc duwen, dingen kapot maken in de klas, vooral niet doen wat de leraars vragen. Wie dat het beste kan, scoort het hoogst. Wie vindt dat nu leuk? zullen sommige kinderen zich afvragen. Maar veel ouders en leraars zijn vooral boos omdat zo'n spel bestaat. Wie haalt het in zijn hoofd om zoiets te maken? vragen zij zich af. Eigenlijk zou dat verboden moeten worden! Want iets spelen betekent toch: plezier hebben met iets. En je kunt het toch niet goedkeuren dat kinderen plezier hebben in anderen pijn doen en pesten. Ook al is het niet echt. Anderen vinden dat niet zo erg. Zij zeggen: het is niet omdat kinderen ermee spelen, dat ze het ook in het echt gaan doen. De meesten weten echt wel dat het alleen op de computer mag, en dat die mannetjes niet echt zijn. In Gent hebben twee leraars een actie opgestart. Zij zijn erg tegen het spel. Ze zijn naar minister Van den Bossche gestapt om te vragen of zij er iets tegen kan doen. Maar dat kan de minister niet. Ze kan niet verbieden dat spelletjesmakers games maken en ze proberen te verkopen. De leraars hopen toch dat zoveel mogelijk ouders en kinderen het spel niet zullen kopen of vragen als cadeautje.

De Minister van Consumentenzaken

Mevrouw Freya Van den Bossche is Minister van Consumentenzaken. Zij moet controleren of alles wel eerlijk verloopt voor de consumenten. Of ze niet te veel betalen. En of de koopwaar niet te ongezond of te gevaarlijk is.

Vorige maand werd er een vreemde website opgestart. Ze heet www.freyaliegt.be. Ze werd opgestart door mensen die kwaad zijn op de minister. Die had gezegd dat te veel vastgoedmakelaars niet volgens de wet werken. Vastgoedmakelaars zijn mensen en bedrijven die huizen en gebouwen verhuren, verkopen of laten bouwen om ze dan verder te verkopen of te verhuren. Soms vragen die mensen te veel geld aan wie een appartement wil kopen of verkopen. Of ze maken afspraken die eigenlijk niet mogen om er zeker van te zijn dat ze hun klanten niet zullen verliezen. Het gaat om ingewikkelde wetten die hierover bestaan. Maar de vastgoedmakelaars zeggen dat de minister ongelijk heeft. Dat probleem moet verder worden onderzocht. Dat is de taak van de Minister van Consumentenzaken. Zij bekijkt die problemen als er klachten zijn van de mensen. Als mensen bijvoorbeeld vinden dat een stuk speelgoed dat ze in de winkel zagen, niet goed is, kunnen ze dat laten weten aan de minister. Die kan dan beslissen dat het speelgoed niet meer mag worden verkocht. Of bijvoorbeeld dat er een duidelijke handleiding bij moet zijn. Of een aanduiding dat het niet goed is voor kleine kinderen. Die problemen zijn vaak niet eenvoudig. Want er bestaan een heleboel wetten waar ook de minister rekening mee moet houden. Bijvoorbeeld het recht van de mensen om dingen te mogen maken om er geld mee te verdienen. Je moet goed kunnen bewijzen dat het product echt wel slecht is. Want de fabrikant wil het uiteraard niet zomaar weer uit de winkels halen. Het kostte hem veel geld om het te maken en dat geld wil hij terug verdienen.

Voor en tegen

Er wordt vaak gepraat over de consumptiemaatschappij. Dat is de samenleving waar de consumptie alles bepaalt: het verkrijgen, maken, kopen of verkopen van producten, dingen om te hebben. Dat is in de Westerse landen het geval. Daar zijn de meeste mensen gericht op het verkrijgen van zoveel mogelijk comfort. Alles moet te koop zijn. De economie is de spil van deze samenleving, want die zorgt voor de producten en het comfort. Ook de regeringsleiders vinden dat het belangrijkste en zijn vooral daarmee bezig. De kinderen en jongeren moeten studeren om later zelf ook geld te kunnen verdienen en op te doen. Veel mensen keuren die manier van leven af. Ze vinden dat de mensen hier meer dan genoeg hebben. Het is niet eerlijk, zeggen ze, dat op andere plaatsen op de wereld mensen doodgaan van de honger. En de consumptiemaatschappij is vaak de oorzaak van de problemen in het milieu. Als we minder produceren, zal er ook minder kapot gaan in de natuur, zeggen de tegenstanders.