Zeg het zo
of zeg het zus,
zeg het met een bloem
of zeg het met een kus.
Letters, woorden, talen
zijn maar instrumenten.
Ze verkleden je gedachten
in ruzies of in complimenten.
En zeg je 'I love you!'
dan weet iedereen wat je denkt,
ook in Timboektoe...
Geert De Kockere
Als je in een Engels woordenboek het woord tongue opzoekt, vind je verschillende betekenissen. Naast tong betekent tongue ook spraak, taal en zelfs geblaf. Want je tong, daar spreek je mee! En steeds meer mensen doen dat in het Engels. Of wie leert er liever Chinees?
In Luik werd een instituut geopend waar de mensen Chinees kunnen leren. En er zijn plannen om ook in Brussel een school te openen. Steeds meer Europeanen zijn ervan overtuigd dat Chinees kennen belangrijk is.
'Daar begrijp ik niks van! Dat is Chinees voor mij!' Dit is een
uitdrukking die we wel eens gebruiken om aan te tonen dat iets echt wel
onverstaanbaar is. Als je iemand Engels hoort praten, kun je hem misschien nog
een beetje begrijpen: of hij iets vraagt, of vertelt, of hij boos is of
geschrokken, of hij ja of nee bedoelt. Maar wie Chinees praat, of een andere
taal uit het Oosten, begrijpen wij helemaal niet. De klanken zijn heel anders,
we weten niet of de spreker boos is of blij, of hij iets vraagt, enzovoort. Het
is dan ook veel moeilijker voor ons om Chinees te leren, dan bijvoorbeeld
Spaans of Duits. De taal gebruikt onze letters niet, maar karakters. Dat zijn
allerlei vreemde tekens, voor elk woord anders. En de klanken zijn moeilijker
na te doen. Alsof onze tong in de knoop geraakt.
Toch studeren vandaag meer
dan dertig miljoen buitenlanders Chinees. Dat zegt mevrouw Xu Lin. Zij kreeg
van haar land de opdracht om overal ter wereld zo veel mogelijk scholen op te
richten waar Chinese les wordt gegeven. In België opende al
één instituut zijn deuren, in Luik. Ook in Brussel komt er een
school. De inschrijvingen lopen alvast goed binnen. De meeste kandidaten willen
de taal leren om een goede job te kunnen vinden. Overal ter wereld wordt Engels
gesproken als mensen van verschillende landen bij elkaar zijn. Daarom wordt
Engels een wereldtaal genoemd, of voertaal. Maar steeds meer bedrijven vinden
het handig als je ook Chinees kunt. Want Chinees is ook op weg om een
wereldtaal te worden, geloven steeds meer mensen.
Talen sterven
Wereldwijd worden er 6 000 talen gesproken. In 2100 zullen er daarvan 3 000 verdwenen zijn, denken wetenschappers. Kleine groepen van mensen, zoals indianenstammen bijvoorbeeld, hadden lang hun eigen taal. Maar de jongeren trekken weg naar grote steden, en blijven niet in de kleine dorpen. Ze gebruiken de taal van de stad, bijvoorbeeld het Engels, en vergeten de taal van hun voorouders. Sommige wetenschappers proberen de talen te noteren zodat ze niet verloren gaan. Maar ze kunnen niet verhinderen dat ze niet meer worden gebruikt. De geschiedenis verandert voortdurend, en mensen passen zich aan. Hun taal verandert mee met de tijd. De mensen hebben steeds meer contacten overal ter wereld. Daarvoor hebben ze een taal nodig die iedereen begrijpt. Dat is een voertaal. Vandaag wordt het Engels al heel veel als voertaal gebruikt. Waarschijnlijk wordt dat ooit de voertaal voor de hele wereld. Deze voertaal zal ook de eigen taal beïnvloeden en veranderen.
Getallen
In 2000 werden er 1 995 talen gesproken in Afrika, 1 780 in Azië, 1 250 in Amerika, 1 400 in Oceanië en 209 in Europa. De taal die door de meeste mensen gesproken wordt, is het Chinees: 1,3 miljard sprekers. Op de tweede plaats staat het Engels: 480 miljoen sprekers, daarna het Spaans, het Russisch en het Frans.
Ontwikkeling
China is een reusachtig groot land. Het heeft 1,3 miljard inwoners. Er is veel armoede. Maar de laatste jaren kent de economie er een sterke groei. Dat wil zeggen: meer fabrieken en ondernemingen, betere jobs, meer mensen die goed hun kost verdienen, en ook meer zakenmensen uit het buitenland die met China willen samenwerken en zakendoen. Daarom zullen ook meer mensen de taal van het land willen leren.
Vorige maand moest een verpleegster voor de rechter komen. Ze had in het ziekenhuis haar zieke tante een spuitje gegeven en haar tante was gestorven. Sommige mensen vonden dat de verpleegster de zieke vrouw had gedood. Wanneer kies je voor euthanasie, het zachtjes sterven?
De tante van de verpleegster lag in het ziekenhuis. Ze was erg ziek en had veel pijn. De dokters hebben spuitjes tegen de pijn. Maar zulke medicatie kan gevaarlijk zijn en mag niet zomaar worden gebruikt. Want je kunt sterven, als je er te veel van inneemt. Dat weten de verplegers ook wel. Ze moeten altijd samen bespreken wat ze het best zouden doen. Ze bespreken dat met de familie van de patiënt. Soms weet men dat de patiënt niet meer beter zal worden. Als hij dan heel veel pijn heeft, is het beter dat hij iets tegen die pijn krijgt. Ook al leeft hij door dat spuitje minder lang. Dan kiest men voor zachtjes en rustig sterven in plaats van langer leven met pijn of andere akelige gevoelens. Men spreekt dan van euthanasie. Dat woord komt van het Grieks: eu is goed en thanatos is dood. Er bestaan wetten en regels over euthanasie. De dokters moeten in de eerste plaats altijd proberen een patiënt te genezen. Maar dat lukt uiteraard niet altijd. Dan is het nodig dat de patiënt goed geholpen wordt.
Euthanasie
Sommige mensen willen liever stoppen met leven. Als ze veel pijn hebben, bijvoorbeeld. Of niet meer kunnen praten. Of niets meer weten of kunnen. Dat gebeurt bij oude mensen. Moeten de anderen hen dan echt verplichten om toch verder te leven? Dat is een heel moeilijke vraag. Is een dokter die zo'n patiënt helpt om zachtjes te sterven, een lieve dokter of een moordenaar? Vroeger stond in de wet het laatste: 'Een dokter mag nooit iemand met opzet laten sterven!' Wie dat wel deed, was dus een moordenaar. Maar deze wetten werden aangepast. Euthanasie mag wel. Onder strenge voorwaarden! De patiënt moet het heel duidelijk en dikwijls zelf gevraagd hebben. De dokters moeten het met collega's en de familie bespreken en overleggen. En er zijn nog meer regels. Maar die zijn niet altijd duidelijk, zeggen veel artsen. 'Soms weten we echt niet of het kan of niet.' Wat als de patiënt niet meer kan praten? Of verward is? Of nog een kind is? 'We gaan de wetten over euthanasie opnieuw bekijken en aanpassen', beloofden de politici.
Vrij
De verpleegster die voor de rechter moest komen, werd vrijgesproken. De jury vond dat ze geen grote fouten had gemaakt, en haar tante niet had vermoord. Wel had ze meer moeten overleggen met andere verplegers, en niet zelf mogen beslissen om het spuitje te geven. Maar ze had gezien dat haar tante erg veel pijn had, en had haar alleen maar willen helpen. Deze gebeurtenis bewijst dat euthanasie een belangrijk vraagstuk is. Je vraagt je af: Wie wil er nu sterven? Niet iedereen antwoordt met ik niet!
Brief
Als je ziek wordt, mag je in een brief opschrijven wat je wilt dat de dokters doen op het einde. Want vaak kun je het dan niet meer zeggen. Maar wie is er zeker of die brief op het einde nog telt? Misschien denk je er dan toch anders over. Sommige oude mensen worden dement. Door deze ziekte werken de hersenen niet meer gewoon. Ze herkennen hun familie niet meer, en doen vaak als kleine kinderen. Sommigen zeggen: 'Zo wil ik nooit worden! Geef me dan maar een spuitje!' Maar oude mensen met dementie kunnen erg blij zijn, en ook genieten van het leven. Op hun manier.
Moeilijke taak
Niet alle dokters willen de patiënt die euthanasie vraagt, helpen. Het is voor hen een heel moeilijke taak, ook al heeft de patiënt honderd keer gevraagd om het te doen. Dokters hebben geleerd om de mensen een zo gezond en goed mogelijk leven te laten leiden, niet een zo goed mogelijke dood! 'Het is nodig dat de dokters genoeg informatie en hulp krijgen als ze zo'n patiënt hebben', zeggen de specialisten.
'Wat is er op de televisie?' Deze vraag wordt in veel huisgezinnen elke dag gesteld. De mensen bekijken het tv-programma in de krant, of in een boekje. Daar staat het allemaal netjes in. Maar digitale televisie zal dat veranderen. De kijker beslist zelf wat hij wil zien en wanneer.
Het programma FC De Kampioenen bestaat al 15 jaar. Elk jaar komen er nieuwe afleveringen en elk jaar worden de oude opnieuw uitgezonden. Sommige mensen worden er gek van als ze voor de vijfde keer naar hetzelfde moeten kijken. Maar de meeste kijkers vinden het niet erg. Het programma is heel populair. Af en toe verdwijnt er een acteur en een personage of komt er een nieuwe rol bij. Zoals Fernand, die je op bladzijde vier getekend ziet. Hij deed 15 jaar geleden nog niet mee. Maar nu is de lastige buurman van de Kampioenen niet meer weg te denken uit de reeks. Als je de acteur Jaak Van Assche ziet, denken de meeste mensen meteen aan Fernand met zijn rommelzaak, pardon, antiekzaak. Sommige mensen zijn zo'n fan van De Kampioenen dat ze ook de dvd's van het programma kopen. Ook als de herhalingen worden uitgezonden, zijn de kijkcijfers hoog. Kijkcijfers duiden aan hoeveel mensen er ongeveer kijken naar een zender of programma. Als de kijkcijfers te laag zijn, wordt er vaak beslist om een programma niet meer uit te zenden. En dat vinden sommige mensen erg. 'Ik zag het wel graag', zeggen ze, 'tv-programma's hoeven toch niet altijd populair te zijn! Niet iedereen heeft dezelfde smaak.' Minder populaire dingen worden dan bijvoorbeeld heel laat uitgezonden. Als iedereen al slaapt. Gelukkig kun je je recorder instellen en het programma opnemen als je wilt.
Luisteren naar wat de radiomakers laten horen en kijken naar wat de televisiemakers uitzenden? In de toekomst beslissen de kijkers zelf!
'Met de digitale televisie worden de kijkers baas over hun eigen scherm!' Dat zeggen de programmamakers. In de toekomst kunnen de mensen beter uitkiezen en bepalen wat ze willen zien en wanneer. Nu kunnen ze dat ook als ze een video- of dvd-recorder aan hun toestel schakelen. Maar echt eenvoudig is het niet. Veel beter is het wanneer je gewoon kunt kiezen wat en wanneer je iets gaat bekijken. Dat kan omdat de televisie steeds meer op een computer gaat gelijken. Men spreekt van digitale televisie. Zoals je op je computer naar een website surft en aanklikt wat je wilt zien of lezen, zo kun je ook tv-programma's bekijken. De programma's staan ergens op een grote server en jij downloadt ze op je eigen toestel. Als de televisiemakers tenminste beslissen om hun programma's zo aan te bieden. In de Verenigde Staten gebeurt het al veel. Zoals je een mp3'tje van een popsong koopt, downloadt en op je spelertje zet, zo kun je ook een aflevering van een televisieserie downloaden. Je speelt hem af op je iPod (een soort mp3-speler voor video) of op je televisie. Wanneer je zelf wilt, en hoe vaak je zelf wilt. Je hoeft er niet meer voor in je tv-boekje te kijken, om te zien wanneer het precies wordt uitgezonden. In Europa en België vind je zulke sites nog niet. Je kunt hier op het internet natuurlijk wel de Amerikaanse series downloaden, maar die zijn dan wel in het Engels en zonder onderschriften! De televisiemakers doen ook hier hun best om de nieuwe technieken te gebruiken. Toch zijn wij nog lang niet af van TV1, Ketnet, Canvas of VTM. Maar ooit komt er een tijd dat er van televisiezenders geen sprake meer is. 'Willen we vanavond eens kijken naar die nieuwe serie die ik gedownload heb?' zeggen we dan. Zonder gebabbel van een presentator, reclame voor andere programma's of verplaatsingen vanwege een extra sportuitzending!
Zelf doen
Het internet heeft een grote invloed op de manier waarop mensen aan cultuur doen. Ze kiezen en bepalen veel meer zelf. Vroeger kocht je een cd die in de winkel te koop lag, uitgegeven door grote muziekfirma's, die zelf bepaalden welke groep wel en welke groep niet mocht meedoen. Je betaalde voor 15 nummers, ook al vond je er eigenlijk maar twee mooi. En je las wat een uitgever liet drukken. Nu koop je één song, je kunt aantekeningen en verhalen lezen van om het even welke schrijver die ze op het internet zet, en met digitale televisie kies je ook je programma's makkelijker zelf. Je hoeft trouwens geen televisiemaker meer te zijn om zelf programma's te maken. Op steeds meer sites vind je filmpjes en sketches van gewone mensen, die ze zelf thuis of in hun straat maken met hun eigen digitale camera's. 'De jeugd koopt geen cd's meer', klagen de muziekwinkels. Jawel, maar ze kopen lege cd's: om er zelf op te branden wat ze goed vinden. De muziekwinkels zullen zich moeten aanpassen aan deze nieuwe gewoonten en mogelijkheden.
Piraten!
Een groot probleem zijn wel de moderne piraten. De computerbestanden (muziek, film, tekst op de computer) zijn heel gemakkelijk te kopiëren en door te geven. Mensen die dat doen, zijn als piraten die stelen van anderen. Als al die bestanden gratis worden doorgegeven en gedownload, kunnen de makers ervan geen geld meer verdienen met hun werk. Hoe dat probleem moet worden aangepakt, weet voorlopig niemand.