Kitsplus


Op school kun je leren
wat je later moet weten,
maar toch weer
zult vergeten.
Want je hoofd
- dat zul je al wel weten -
is te klein
voor al dat leerrijk eten.

Tenzij ze je ook leren
hoe je alles kunt verteren.

Geert De Kockere


Naar school

In Eeklo en Overpelt mochten asielzoekers tijdens de vakantie in de basisschool komen wonen van de directie. Ze kregen schoolasiel. Ze zouden graag in België blijven wonen, maar ze mogen niet.

Vorig schooljaar kreeg een aantal asielzoekers ook kerkasiel: zij bleven slapen in kerkgebouwen. Asielzoekers zijn mensen die uit vreemde landen komen en daar zijn weggevlucht. Ze willen in een nieuw land een nieuw leven beginnen. Maar dat kan niet zomaar. Alleen mensen die echt in gevaar zijn, krijgen asiel en de juiste papieren om te mogen blijven. Hun aanvraag moet eerst onderzocht worden. Maar zo'n onderzoek duurt vaak lang. Ondertussen krijgen de asielzoekers onderdak en mogen hun kinderen naar school. Soms zijn ze al vijf jaar hier als ze te horen krijgen dat ze toch niet mogen blijven. Dat is vooral voor de kinderen een ramp. 'Daar kunnen we niks aan doen,' zeggen de bestuurders en ministers. 'Ze moeten er iets aan doen!' vinden veel andere mensen. Zij proberen de asielzoekers te helpen. Door hen een plaats te geven in de kerk, bijvoorbeeld. In Eeklo en Overpelt kregen mensen die niet meer mochten blijven, een slaapplaats in de school. Dat is natuurlijk geen echte oplossing. Want ze kunnen niet voor altijd in de kerk of de school blijven. Maar de directie en leerkrachten doen het om aandacht te vragen voor het probleem. De kinderen gaan er al lang naar school, en voelen er zich thuis. Het is niet menselijk om hen nu nog weg te sturen. Met deze acties willen de mensen tonen dat ze het niet eens zijn met de strenge wetten voor asielzoekers. Ondertussen werd in het parlement beslist dat de wachttijd niet meer zo lang mag duren. Mensen moeten vlugger zekerheid krijgen over hun toekomst.

Ongeveer 1 miljoen kinderen en jongeren (tot 18 jaar) gaan in Vlaanderen naar school. Wel of niet tegen hun zin. Voor sommige mensen hebben de scholen een heel andere betekenis dan saaie lessen en te veel huiswerk. Zoals de asielzoekers in Eeklo en Overpelt op de foto boven. Zij kregen schoolasiel.

Gemengd

Vroeger bestonden er jongensscholen en meisjesscholen. Nu zijn de scholen gemengd. Het is immers voor de directeur verboden om alleen jongens of alleen meisjes in te schrijven. Was het vroeger beter? Sommige mensen denken van wel. Meisjes doen beter hun best voor wiskunde en wetenschappen als er geen jongens bij zijn, zeggen ze. Maar onderzoekers zeggen dat gemengde klassen toch beter zijn. De jongens zijn rustiger in een klas waar ook meisjes zijn.

Stadsklas

Sommige klassen gaan tijdens het schooljaar op bosklas, zeeklas of boerderijklas. Om wat meer bij te leren over de zee of de boerderij. En nu is er ook de stadsklas. De minister vindt het belangrijk dat de kinderen uit de dorpen de (grote) stad leren kennen. Misschien gingen ze er wel al eens winkelen of naar de bioscoop. Maar er is nog zoveel meer te zien in de stad. Vaak denken de mensen dat de stad vooral gevaarlijk is. Druk verkeer, vreemde mensen... Gent en Brussel bieden alvast mogelijkheden aan om te komen logeren met de klas.


Verboden te werken

In India werd een nieuwe wet gestemd. Vanaf oktober mogen kinderen jonger dan 14 jaar niet meer werken. India is een groot land met veel arme mensen. Kinderen werken er in hotels of in theestalletjes op straat. Ze zouden beter naar school gaan, zodat ze later een goede job kunnen vinden. Wie vanaf oktober toch kinderen in dienst stelt, riskeert een gevangenisstraf. De wet is een stap in de goede richting tegen kinderarbeid. Maar nu zou deze wet ook nog voor de landbouw moeten worden ingesteld. Daar werken nog veel kinderen. Bij de landbouwers is het voorlopig nog niet verboden.


Voortdoen of stoppen?

De Nasa heeft niet zo veel zin meer om nog verder te werken met de ruimtependels, de shuttles. De organisatie heeft andere plannen, en sommigen zouden het beter vinden dat het vele geld dat nu voor de shuttles wordt gebruikt naar die nieuwe ideeën zou gaan. Een bezoek en een verblijf op de maan, bijvoorbeeld, en een bemande vlucht naar Mars. Maar hoe moet dat dan met het ruimtestation ISS?

De Nasa is de ruimtevaartorganisatie van de Verenigde Staten van Amerika. De Amerikaanse regering zorgt voor het geld en keurt de plannen goed. Maar er bestaan ook privébedrijven, niet gesteund door de regering. Een Amerikaans privéruimtevaartbedrijf heeft in juli een opblaasbare ruimtesonde in een baan om de aarde gebracht. Het bedrijf wil hiermee testen of het mogelijk is om een ruimtehotel te openen. In het testmodel zitten insecten. Die moeten de wetenschappers op aarde meer leren over het gedrag van levende wezens in het opblaasbare ruimtehotel.

Sinds 1998 wordt in de ruimte het ISS gebouwd: het Internationaal Ruimtestation. Internationaal betekent: het is van verschillende landen. Een ruimtestation is een toestel, een gebouw eigenlijk, dat in de ruimte blijft hangen, het komt niet terug naar de aarde. De Amerikaanse ruimteorganisatie Nasa plande het station, samen met de Russische en Europese ruimtevaartorganisatie. Het moest een project worden 'van alle landen samen'. Het station is bedoeld om wetenschappelijk onderzoek in te verrichten. Er vliegen voortdurend astronauten naartoe. Ze verblijven er een tijdje en wisselen elkaar af. Die reizen gebeuren met de ruimtependels of shuttles. Deze ruimtetuigen kunnen terugkeren naar de aarde en opnieuw worden gebruikt. (Pendelen is heen en weer reizen.) De Nasa heeft nog drie ruimtependels. Twee zijn er verongelukt. Deze pendels kosten de Nasa 3,5 miljard euro per jaar. Ze moeten onderhouden worden door specialisten want ze moeten superveilig zijn. Als een shuttle dan naar de ruimte vertrekt, kost dat nog eens 400 miljoen euro per vlucht meer. Sommigen willen dit geld liever voor andere plannen gebruiken. De Nasa wil graag mensen naar de planeet Mars sturen. En naar de maan. Sinds 1972 is er niemand meer op de maan geweest. De Nasa wil er een verblijfplaats uitbouwen. Daarvoor zijn nieuwe ruimtetuigen en raketten nodig. Maar de shuttles zijn nodig voor het ruimtestation. Het is nog steeds niet af. Europese en Russische wetenschappers zijn aan het werk om het helemaal uit te bouwen. Europa heeft pas een duur ruimtelab af, bestemd voor het station. Zonder shuttle geraakt het nooit ter plaatse. De Amerikanen hebben ooit beloofd het station mee te helpen voltooien. Daarvoor zijn zeker nog 15 shuttlevluchten nodig. Met deze belofte moeten ze rekening houden. Van de Amerikaanse regering (die er het geld voor moet geven) mogen de pendels niet langer dan 2010 gebruikt worden. 'En als er een shuttle verongelukt of kapot gaat, houden we er direct mee op', zei de directeur van de Nasa nog.

Sinds 1998 wordt in de ruimte het ISS gebouwd: het Internationaal Ruimtestation. Internationaal betekent: het is van verschillende landen. Een ruimtestation is een toestel, een gebouw eigenlijk, dat in de ruimte blijft hangen, het komt niet terug naar de aarde. De Amerikaanse ruimteorganisatie Nasa plande het station, samen met de Russische en Europese ruimtevaartorganisatie. Het moest een project worden 'van alle landen samen'. Het station is bedoeld om wetenschappelijk onderzoek in te verrichten. Er vliegen voortdurend astronauten naartoe. Ze verblijven er een tijdje en wisselen elkaar af. Die reizen gebeuren met de ruimtependels of shuttles. Deze ruimtetuigen kunnen terugkeren naar de aarde en opnieuw worden gebruikt. (Pendelen is heen en weer reizen.) De Nasa heeft nog drie ruimtependels. Twee zijn er verongelukt. Deze pendels kosten de Nasa 3,5 miljard euro per jaar. Ze moeten onderhouden worden door specialisten want ze moeten superveilig zijn. Als een shuttle dan naar de ruimte vertrekt, kost dat nog eens 400 miljoen euro per vlucht meer. Sommigen willen dit geld liever voor andere plannen gebruiken. De Nasa wil graag mensen naar de planeet Mars sturen. En naar de maan. Sinds 1972 is er niemand meer op de maan geweest. De Nasa wil er een verblijfplaats uitbouwen. Daarvoor zijn nieuwe ruimtetuigen en raketten nodig. Maar de shuttles zijn nodig voor het ruimtestation. Het is nog steeds niet af. Europese en Russische wetenschappers zijn aan het werk om het helemaal uit te bouwen. Europa heeft pas een duur ruimtelab af, bestemd voor het station. Zonder shuttle geraakt het nooit ter plaatse. De Amerikanen hebben ooit beloofd het station mee te helpen voltooien. Daarvoor zijn zeker nog 15 shuttlevluchten nodig. Met deze belofte moeten ze rekening houden. Van de Amerikaanse regering (die er het geld voor moet geven) mogen de pendels niet langer dan 2010 gebruikt worden. 'En als er een shuttle verongelukt of kapot gaat, houden we er direct mee op', zei de directeur van de Nasa nog.


Discovery geland

Op 1 februari 2003 verongelukte de shuttle (ruimtependel) Columbia. Het toestel spatte uit elkaar in de dampkring, vlak voor de landing. De zeven astronauten aan boord kwamen om het leven. De Columbia had 28 vluchten gemaakt tussen 1981 en 2003. Pas in 2005 vertrok de volgende pendel, de Discovery. Op 4 juli van dit jaar vertrok hij voor zijn tweede reis, op 17 juli landde hij weer veilig op het Kennedy Space Center in Florida. Sinds het ongeluk is elke vlucht extra spannend. De Discovery had deze keer voorraden bij voor het ISS (ruimtestation) en nam afval mee terug naar de aarde. Twee astronauten hebben urenlange ruimtewandelingen gemaakt. Ze moesten technieken testen om in de ruimte het hitteschild van de shuttle te repareren. Het ongeluk van 2003 kwam doordat er een gat was gekomen in het hitteschild.


Ruimtewandeling

Het Amerikaanse bedrijf Space Adventures biedt een ruimtewandeling te koop aan. Wie er 35 miljoen dollar voor betaalt, mag met een Russische capsule meevliegen naar het ISS. Het verblijf duurt acht dagen en er wordt een ruimtewandeling gemaakt van anderhalf uur, onder leiding van Russische bemanningsleden. Vorige jaren zijn nog al erg rijke mensen meegevlogen naar het ISS, maar toen mochten ze geen ruimtewandeling maken.


Naar de stembus op 8 oktober

Op 8 oktober zijn er in ons land verkiezingen. Dan moeten de mensen gaan stemmen voor de gemeenteraad en de provincieraad. Misschien krijgen de gemeenten dan een andere burgemeester. In Antwerpen vraagt burgemeester Patrick Janssens zich af of hij nog zal mogen blijven. Liefst wel, hoopt hij zelf.

Bij de verkiezingen van 8 oktober wordt er gestemd voor de gemeenteraad en de provincieraad. De mensen kiezen dan wie er mee in het bestuur mag van hun gemeente en hun provincie. Een land besturen is een moeilijke opdracht. Er moeten belangrijke beslissingen worden genomen. Maar dat moet eerlijk gebeuren. Met elke mening moet rekening gehouden worden. Over de problemen in de samenleving bestaan verschillende meningen. Over de verkeersproblemen, bijvoorbeeld. Sommigen vinden dat de mensen minder met de auto moeten rijden. Pak al eens meer de bus of de fiets! zeggen ze. Anderen vinden dat er beter meer wegen worden aangelegd, zodat de auto's weer meer plaats hebben. Zo bestaan er over elk probleem verschillende opvattingen. Daarom bestaan er verschillende politieke partijen. De ene partij denkt over een probleem anders dan de andere partij. Elke partij heeft een eigen naam. VLD bijvoorbeeld, of S.Pa, CD&V... Als er verkiezingen zijn, moeten de mensen op één van deze partijen stemmen. Of op geen van allen, dat kan ook. Van een partij die veel stemmen haalt, komen er veel mensen in het bestuur. Na de verkiezingen wordt dat bestuur samengesteld, afhankelijk van de verkiezingsuitslag. Dat gebeurt zo voor de regering van het land, maar ook voor het bestuur van de gemeente. Dat is de gemeenteraad. Op 8 oktober zijn er gemeenteraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen in het hele land. Dus ook in Wallonië. Deze verkiezingen worden om de zes jaar gehouden. Misschien krijgt jouw gemeente dan een andere burgemeester. Of misschien ook niet.

Migranten

De Belgen zijn verplicht om te gaan stemmen bij verkiezingen. Je mag wel blanco stemmen (niks aanduiden), maar je mag niet thuisblijven. In andere landen bestaat het stemrecht: je mag, maar je moet niet. Dat telt alleen voor de inwoners van dat land. In ons land hebben de migranten (vreemdelingen) die minstens vijf jaar in ons land zijn, stemrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ze moesten zich laten registreren (laten opschrijven), als ze willen gaan stemmen op 8 oktober. 10 procent van hen deed dat. Sommige mensen zijn tegen dat recht voor de vreemdelingen. Ze willen niet dat zij meekiezen wie er in het bestuur komt. Maar het aantal vreemdelingen dat gaat stemmen is zeer laag. Slechts ongeveer 50 000 vreemdelingen hebben het recht. Tien procent daarvan is niet veel.

Partijen

In veel gemeenten bestaan politieke partijen die in andere gemeenten niet bestaan. Ze zijn plaatselijk, en werden opgericht door mensen die niet bij een nationale partij (die je ook in het Belgische parlement vindt) wilden aansluiten. Ze heten bijvoorbeeld Nieuw of Anders, of Samen, of één of andere afkorting.

In Antwerpen

Patrick Janssens is de burgemeester van Antwerpen. Deze grote stad aan de Schelde komt vaak in het nieuws. Er wonen veel mensen van vreemde afkomst. In Antwerpen krijgt het Vlaams Belang bij verkiezingen veel stemmen.

Antwerpen is beroemd om zijn kathedraal, de kerk die eigenlijk twee torens moest hebben... Maar de ene toren is indrukwekkend genoeg. Alle Antwerpenaren zijn er fier op.

Het Vlaams Belang is een politieke partij. De partij vindt dat de Vlamingen op de eerste plaats moeten komen, en pas dan alle andere mensen in ons land. Veel mensen vinden haar racistisch. Racisme betekent: mensen uitsluiten omdat ze vreemd zijn. Dat is verboden door de wet. Iemand die racistisch is, kan een straf of boete krijgen. Dat beslist de rechter. Het Vlaams Belang (toen: Blok) werd door de rechtbank al eens veroordeeld voor racisme. Veel mensen vinden dat zo'n partij eigenlijk niet mag bestaan. Maar elke partij mag bestaan, als er genoeg kiezers op stemmen. Dat is zo in een democratie: elke mening telt. 20 jaar geleden was het een kleine partij, met weinig stemmen. Maar nu stemmen velen wel op het Vlaams Belang. Vooral in Antwerpen. Daarom komt de stad veel in het nieuws. Want het Antwerps bestuur worstelt met veel problemen. De andere partijen (S.PA, VLD...) hebben besloten om niet met het Vlaams Belang samen te werken. 'We willen geen racisten als collega', zeggen ze. Hoewel deze partij er wel de meeste stemmen kreeg bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen: 33 procent. De S.PA (partij van de burgemeester) kwam op de tweede plaats met 19,5 procent. Normaal gezien vormt de partij met de meeste stemmen het bestuur, samen met één of meer andere partijen, zo, dat hun totaal aantal stemmen boven de 50 procent uitkomt. Maar geen andere partij wil samen met het Vlaams Belang mee besturen. Het kan toch niet, vinden sommigen, dat zo'n grote partij (met veel stemmen) niet in het bestuur mag! Anderen vinden het maar normaal dat een racistische partij niet in het bestuur komt. Een moeilijke discussie, die bij elke verkiezing weer oplaait. Ook in oktober zal in Antwerpen, maar ook in andere gemeenten, het probleem weer aan de orde zijn.