Kitsplus


We zijn met z'n allen
Het nieuws
is heel vaak gekleurd.
Roder of groener,
mooier of erger
dan het is gebeurd.

Je weet nooit
met zekerheid
of de journalist
met de draadjes
die hij vindt
niet z'n eigen truitje breit...
Geert De Kockere


Feiten of fictie?

De foto op deze bladzijde kreeg een belangrijke prijs: de World Press Photo van 2006. Deze prijs wordt toegekend aan persfotografen: aan de beste foto over het nieuws in de wereld van het afgelopen jaar. Want deze foto, zo zei de jury, toont de grote verschillen in de wereld: op de achtergrond zie je de ellende van de mensen wiens huizen werden gebombardeerd, op de voorgrond rijden chique mensen in een dure auto, zij komen gewoon eens kijken... Maar dat is niet het juiste verhaal achter de foto, vertelden die mensen achteraf. De fotograaf had ook niet de bedoeling iets te vertellen. Hij vond het gewoon een vreemd beeld en fotografeerde het.

Wat is er eigenlijk waar van het nieuws dat verteld wordt? De foto werd genomen in Beiroet, in de zomer van 2006, tijdens de oorlog tussen Israël en Libanon.

Op 12 juli 2006 bombardeerden Israëlische gevechtsvliegtuigen verschillende doelen in het buurland Libanon. Ze wilden er de Hezbollahstrijders uitschakelen. Deze strijders vechten aan de kant van de Palestijnse moslims tegen Israël. Dit conflict duurt al jaren. Palestijnse gevechtsorganisaties zoals de Hezbollah sturen zelfmoordterroristen die in Israël bommen doen ontploffen. De Israëlische soldaten proberen de leiders van deze organisaties uit te schakelen. Zij verblijven ook in het buurland Libanon. Daarom werden er in de zomer van 2006 bommen gegooid op Beiroet, de hoofdstad van Libanon. Op 14 augustus stopten de gevechten met een staakt-het-vuren. De gevechten duurden 33 dagen. De zuidelijke buitenwijken van Beiroet waren met de grond gelijk gemaakt. De inwoners waren gevlucht, en kwamen op 14 augustus terug om uit te zoeken wat er met hun huizen was gebeurd, en wat er nog overeind stond. Er kwamen ook veel mensen van elders kijken. In Libanon wonen verschillende religieuze groepen. Er zijn ook veel christenen, die niets met de conflicten tussen Israël en de Palestijnse moslims te maken hebben. Zij worden minder getroffen, zijn vaak rijker, en hebben minder problemen. Ze trekken zich niets aan van hun landgenoten die moslim zijn, klinkt soms het verwijt.

Foto

Op de tweede dag van het staakt-het-vuren was ook de Amerikaanse persfotograaf Spencer Platt in een getroffen wijk van Beiroet. Een persfotograaf is iemand die foto's maakt over het nieuws in de wereld, voor in de krant of in tijdschriften. De Amerikaan maakte foto's van wat hij zag, en stuurde ze op naar zijn werkgever. Hij wist eigenlijk niet wat hij precies getrokken had, maar de rode auto was hem wel opgevallen. 'De mensen in de auto zijn vast rijke Libanese christenen die als toeristen komen kijken naar de ellende!' zeiden velen die de foto zagen. 'Schande, hoe zij zich verder niets aantrekken van hun landgenoten!' Omdat dit probleem zo mooi te zien was op de foto, kreeg de fotograaf de World Press Photo van 2006, een belangrijke onderscheiding voor persfotografen. Maar dat vonden de mensen die in de auto zaten eigenlijk niet eerlijk. Want ze waren helemaal geen toeristen. De auto was geen chique sportwagen, maar een Mini Cooper. De bestuurder had het dak opengezet, omdat het warm was, en de vijf mensen wilden beter zien wat er precies gebeurd was. Want vier van hen woonden ook in de wijk, en waren tijdens de bombardementen naar Hamra, een veiligere wijk, gevlucht. Daar hadden ze de eigenares van de auto ontmoet. Die was al volop bezig met vluchtelingen te helpen, ze reed voortdurend heen en weer om noodhulp te brengen aan de mensen die achtergebleven waren. Ze pikte daklozen op om hen naar een noodcentrum te brengen. En op die 15e augustus reden ze door het getroffen gebied, om te kijken hoe erg het gesteld was met hun huizen en die van de anderen. Dat ze een leuk T-shirt aan hebben en een modieuze zonnebril, is toeval: ook in Libanon kleden de mensen zich graag goed. Maar aan hun gezichten kun je goed zien dat ze zich de gebeurtenissen wel erg aantrekken.


Allochtoon

Allochtonen. Dat is een moeilijkere naam voor vreemdelingen. Het woord komt uit het Grieks en betekent: uit een ander land. En het woord komt vaak in het nieuws. Omdat samenleven met vreemden niet altijd gemakkelijk is. Ze zijn zo anders, vinden velen. Ze doen zo anders, ze denken anders, ze spreken anders,... En dan begrijpt men elkaar niet. En daar komt wel eens ruzie van. Of problemen. Zoals: mag die vrouw een hoofddoek dragen of niet? Of: wat moeten de kinderen eten op schoolkamp?

In Vlaanderen doen allochtone jongeren het niet zo goed op school. Dat zeggen onderzoekers. De helft van hen haalt geen diploma van het secundair onderwijs (het middelbaar, de school waar je naartoe gaat van je 12e tot je 18e). In andere landen zijn de resultaten beter dan bij ons. Allochtoon wil eigenlijk zeggen: uit een ander land. Maar in onze samenleving betekent het vooral: uit een ander land dat niet Westers is, of niet tot de EU behoort. In België komen de allochtonen vooral uit Marokko of Turkije, en enkele Afrikaanse landen. En meestal wonen die jongeren al heel hun leven in België. Maar hun ouders of grootouders niet. Zij spreken een andere taal, en hebben andere gewoonten. En daarom hebben ook de kinderen het moeilijker op school. Ze kennen het Nederlands niet zo goed omdat ze het thuis niet leren. Vaak is het zo dat ze wel het dialect van hun vrienden kennen, maar niet het algemeen Nederlands. Dat komt omdat er thuis niet naar de Vlaamse televisie gekeken wordt, maar naar een buitenlandse zender. De jongeren hebben ook geen hulp bij hun huiswerk omdat hun ouders het niet begrijpen. Ze krijgen thuis ook te weinig hulp bij het kiezen van een studierichting. Zo wordt het moeilijk om later een diploma te halen. En zonder diploma vind je heel moeilijk een goede job. De onderzoekers weten niet goed wat ze aan het probleem kunnen doen. De kleine kinderen al een jaartje eerder (vanaf vijf in plaats van zes jaar) verplichten om naar school te gaan, zou helpen: dan leren ze al vlugger Nederlands. Meer mensen zouden de jongeren moeten aansporen en helpen om goed te studeren op school. Dat is niet alleen de taak van de ouders. En het zou goed zijn wanneer meer allochtonen zelf leraar worden. Zij kunnen de jongeren beter helpen dan andere leerkrachten.


Hoofddoek

Moslims zijn allochtonen die de islam als godsdienst hebben. Zij of hun ouders of grootouders komen meestal uit een ander land. Toen zij nog niet in ons land woonden, waren er hier geen moslims. In ons land zijn de gelovigen vooral christenen. De vrouwen van de moslims dragen vaak een hoofddoek. Zij zijn dat zo gewoon. Maar in veel scholen mogen de meisjes hun hoofddoek niet dragen. 'Omdat er in het schoolreglement staat dat hoofddeksels verboden zijn', zegt een directeur. 'De kinderen mogen ook geen petten of hoedjes opzetten in de klas.' In een andere school vindt de directie dat de leerlingen neutraal moeten zijn, dat wil zeggen: men mag aan hen niet zien tot welke godsdienst ze behoren. Dat is om geen ruzies of conflicten uit te lokken. Deze wet geldt ook voor mensen die voor de staat of de gemeente werken. Daarom mogen in Antwerpen vrouwen die in het gemeentehuis werken, geen hoofddoek omdoen, besloot het stadsbestuur onlangs. Sommigen doen dat dan ook niet. Anderen zijn het niet eens met deze regels. Sommige meisjes zoeken dan een andere school, één waar het wel mag. En sommige vrouwen zoeken dan ander werk. Zij vinden het discriminatie. Het is een moeilijke vraag. Moet een baas van een bedrijf of een school bepalen welke kleren er wel en niet mogen worden gedragen?

Smakelijk - Allochtonen hebben vaak andere eetgewoonten dan de mensen van het land waar ze zijn komen wonen. Moslims eten bijvoorbeeld geen varkensvlees. Volgens hun geloof is het onrein om dat te doen. Het is niet halal (= geschikt voor moslims), zeggen ze. In hun godsdienstboeken staat uitgelegd waarom dat zo is. Ook katten, honden of apen mogen ze niet eten. Maar dat doen de andere mensen bij ons ook niet. Normaal gezien toch niet... Varkensvlees wordt in België wel veel gegeten. Tenzij je vegetariër bent. Ook vegetariërs hebben heel andere eetgewoonten. Of veganisten. Die eten zelfs geen eieren, omdat die van een kip komen. Maar al die gewoonten vormen soms wel een probleem. Als de kinderen samen op kamp gaan, bijvoorbeeld. Wat moet de kok dan klaarmaken? Hij kan toch niet voor iedereen een apart potje koken? Dan geraakt het eten nooit op tijd klaar! Dan zou het uren duren vooraleer iedereen klaar is met eten. En dat is niet de bedoeling: kinderen gaan op kamp om te spelen, niet om aan tafel te zitten!


Afscheid

Dit jaar neemt Kim Clijsters afscheid van het professionele tennis. Ze wordt dan 24 jaar en vindt dat het tijd is om te stoppen met toptennis. Dit jaar stopt Kim Clijsters met proftennis. In 2003 stond ze op de eerste plaats van de wereldrangschikking. Ze is beroemd om haar wijde spreidstand.

De Vlaamse Kim Clijsters speelt al jaren mee in de wereldtop van het vrouwentennis. Ze werd in 1983 geboren in Bilzen, in de provincie Limburg. Haar vader is een bekende voetballer en trainer, haar moeder Belgisch turnkampioen. Al sinds haar zes jaar is Kim niet meer weg te slaan van het tennisveld. Als ze elf is, wordt ze Belgisch kampioen bij de miniemen. Op haar 13e gaat ze naar de tennisschool in Wilrijk. Daar leert ze Carl Maes kennen, die haar trainer wordt voor zes jaar en haar begeleidt naar de top. Als ze 14 is, doet ze mee aan proftoernooien. Twee jaar later geraakt ze al in de kwartfinale van de WTA-Tour, de wedstrijden van het internationale vrouwentennis. In 1999 verslaat Kim de oudere Belgische topspeelsters Sabine Appelmans en Dominique Monami en wordt ze uitgeroepen tot Belgische Sportvrouw van het Jaar. In 2001 wint ze van Martina Hingis, de nummer één op de wereldranglijst. Op het toernooi van Roland Garros verslaat ze de Belgische Justine Hénin en speelt zo als eerste Belg in de finale van een Grand Slam-toernooi. Dat is de naam van een reeks van toernooien die tot de belangrijkste behoren in de tennissport. Elk jaar zijn er vier van die toernooien: de Australian Open, Roland Garros of de French (Franse) Open, Wimbledon of de British (Britse) Open en de US Open of New York Open. In die finale verliest Clijsters van Jennifer Capriati, maar sindsdien is ze ook gekend en beroemd in het buitenland. In 2003 geraakt ze als eerste Belg ooit op de eerste plaats van de wereldranglijst. Maar dan volgt een pechjaar met enkel- en polsblessures, en moet ze veel wedstrijden afzeggen. In 2005 doet ze weer mee en wint ze haar eerste Grand Slam-toernooi. En dan begint ze ook aan haar afscheid te denken: 'In 2007 stop ik,' besloot ze. Dan trouwt ze ook, met een Amerikaanse basketbalspeler.


Talent gezocht

De minister van Sport wil de kinderen in de lagere scholen testen op sportief vlak. Om na te gaan hoe het met de gezondheid gesteld is. Maar ook om uit te zoeken of er talenten te bespeuren vallen. Want wie topsporter wil worden, moet vroeg beginnen.

Minister van Sport Anciaux heeft een ploeg professoren en specialisten aangesproken om het plan uit te voeren. Hij wil elk jaar bij de kinderen van de lagere school een fitheidstest doen. Zo kunnen ze onderzoeken hoe het gesteld is met de gezondheid van de kinderen. Want zij spelen veel minder buiten dan vroeger, en eten vaak ongezond. Meer bewegen! blijft de boodschap. Maar de minister wil met de test ook talenten opsporen. Kinderen die extra goed zijn in iets. Zij kunnen later misschien topsporter worden. Maar dan moeten ze vroeg genoeg beginnen met oefenen en trainen. Soms weten de kinderen niet eens dat ze echt goed zijn in voetbal of tennis. Als begeleiders dat zien en het aan hun ouders vertellen, krijgen ze misschien meer kansen om in de juiste sportclub terecht te komen. Want hierover wordt weleens geklaagd: Belgische sportlui geraken niet vaak aan de top. In internationale wedstrijden halen ze zelden de finale. Kim Clijsters is echt wel een uitzondering in het vrouwentennis. Dat komt, vinden sommigen, omdat ons land weinig mogelijkheden biedt aan talenten. Het is moeilijk om de juiste trainers en opleidingen te vinden. Voor sommigen talenten is het bijvoorbeeld te moeilijk om de opleiding te combineren met de gewone schooltaken. Voor hen zou het bijvoorbeeld mogelijk moeten zijn om enkele schoolopdrachten te laten vallen. Enzovoort. Maar niet iedereen vindt het plan van de minister een goed idee. De jaarlijkse testen zullen veel geld kosten. De mensen die ze uitvoeren, moeten betaald worden. De turnleraren zullen moeten meehelpen. Hierover moeten de ministers nog overleggen.

Niet eens - Veel mensen uit de sportwereld zelf vinden het plan van de minister niet zo'n goed idee. Het zal te veel inspanningen vragen voor wat het maar opbrengt. En je kunt bij kinderen niet echt voorspellen waar ze later goed in zullen zijn. Stel dat een onderzoeker zegt: 'Jij hebt veel talent om wielrenner te worden.' Dan moet je beslissen of je elke dag wilt trainen. Heb je daar wel zin in? En wat als je liever wilt zwemmen? Het is trouwens ook heel moeilijk om de voorspelling te doen. De kinderen moeten nog veel groeien. Niemand weet hoe groot, lang, breed en gespierd ze zullen zijn als ze volwassen zijn. En dat is toch belangrijk bij sport: bij volleybal of basketbal ben je het best erg lang. Maar je kunt toch niet tegen een kind zeggen: 'Je kiest beter een andere sport dan volleybal want je bent nogal klein.' Het is beter om kinderen uit de lagere school verschillende sporten te laten uitproberen. De minister zou beter wat meer geld steken in de begeleiding van jonge mensen van 16 of 17 jaar, die zelf al voor een sport gekozen hebben en daarin verder willen gaan, vinden velen.