Kitsplus


We rijden egeltjes plat
en roepen:
'Vreselijk is dat!'

We rijden katten tot moes
en treuren:
'Och arme, och poes.'

We rijden mensen om zeep,
elk weekend een paar,
en denken:
'Ach, dat moet dan maar...'

Geert De Kockere


Voor veilig verkeer

In 2002 werd de eerste Staten-Generaal over het verkeer gehouden. Er werden toen plannen gemaakt en beloftes gedaan. Het aantal verkeersongelukken moest dalen. Het verkeer moest veiliger. Vijf jaar later is er al heel wat verbeterd. Maar er moet nog veel meer verbeteren. 48 983 ongelukken op één jaar is echt wel te veel! In maart van dit jaar werd er een tweede Staten-Generaal over de verkeersveiligheid gehouden.

In maart was er een belangrijke vergadering over verkeersveiligheid. Een Staten-Generaal noemt men zo'n vergadering. De eerste Staten-Generaal over het verkeer was in 2002. Toen werd de FCVV opgericht. Dat is de Federale Commissie voor de Verkeersveiligheid. Deze werkgroep heeft al heel wat gedaan voor de verkeersveiligheid. Nu werd er de volgende beslissing genomen: in 2015 moet het aantal verkeersdoden in ons land gehalveerd zijn. In 2006 vielen er duizend verkeersdoden. Dat is bijna drie per dag. In 2015 mogen het er maar 500 meer zijn. Dat is nog (te) veel. Maar in 2000 waren het er nog 1 500. De vergadering van 2002 heeft dus al goede resultaten opgeleverd. Er werden toen strengere wetten ingevoerd, zoals de verplichte dodehoekspiegel voor vrachtwagens, de zone 30 in de schoolomgeving, enzovoort. Er kwamen meer politiecontroles, flitspalen en hogere boetes. Veel wegen werden al veiliger gemaakt, en met affiches en folders werden de mensen aangespoord om voorzichtiger te zijn. Toch is er nog veel werk te doen. In andere landen als Nederland, Zweden en Noorwegen zijn de resultaten van een veiliger verkeer al veel beter. De verkeerslessen op school moeten verbeteren. En de politiecontroles mogen nog worden opgevoerd. Niemand die in de auto stapt, denkt dat hij gecontroleerd zal worden of hij zijn gordel aan heeft, met zijn gsm belt of te veel alcohol op heeft. Daardoor zie je nog te veel passagiers zonder gordel en chauffeurs die bellen. Het is belangrijk te weten dat zelfs een kleine klap of verstrooidheid dan erge gevolgen kan hebben.

Boete

De ergste ongevallen gebeuren op de autosnelwegen en in het weekend. De autosnelwegen zijn gevaarlijk omdat er erg snel wordt gereden, door verschillende voertuigen door elkaar: auto's, vrachtwagens en motoren. In het weekend zijn de bestuurders vaak niet geconcentreerd genoeg. Of ze hebben alcohol gedronken op een feestje of bij een bezoekje. Ook dat is gevaarlijk voor de bestuurders. De minister van Mobiliteit vindt het vooral belangrijk dat chauffeurs die regelmatig overtredingen maken, grondig gestraft worden. Het zijn deze mensen die niet willen begrijpen dat verkeersveiligheid belangrijk is, of denken dat hen niets kan overkomen. Zij zijn gevaarlijke wegpiraten en moeten door de politie en het gerecht worden gestraft. Niet met zomaar een boete, maar op een manier dat ze werkelijk geen gevaar meer kunnen zijn. Met een verbod om nog met de auto te rijden, bijvoorbeeld.

Eenvoudiger - De verkeersregels moeten eenvoudiger, vindt de minister van Mobiliteit. Er zouden ook minder verkeersborden moeten zijn, want die zijn vaak heel verwarrend. De verkeerslessen in de scholen moeten nog beter. Nu wordt er te weinig aandacht aan besteed.

Getallen - In 2006 werden er 48 983 ongevallen genoteerd (met gewonden of doden). Daarbij vielen 963 dodelijke slachtoffers. Op de snelwegen stierven er 154 mensen, 7 meer dan in 2005. Gemiddeld zijn er in Wallonië meer dodelijke ongevallen. Men rijdt er gevaarlijker dan bij ons.

Mensen - Achter deze getallen schuilen mensen. Mensen met verdriet omdat hun broer, zus, pa of lief verongelukte. Of omdat ze na het ongeval niet meer helemaal kunnen genezen. Andere mensen zetten zich in om elkaar te helpen. Zoals de vzw Ouders van Verongelukte Kinderen. Of de actiegroep Ik ben voor. Zij ijveren voor veiliger verkeer.


Asiel gezocht

Het probleem van de asielzoekers is een zeer ernstig vraagstuk in onze samenleving. De Dienst Vreemdelingenzaken krijgt veel kritiek. De minister moet eerlijk zijn, en hard. Hij moet de wet volgen. De mensen die de asielzoekers persoonlijk kennen, willen hen helpen. 'Onze vrienden moeten hier blijven! Ze mogen niet teruggestuurd worden', vinden ze. Ondertussen werd er ook een nieuwe asielwet gestemd, die deze maand van kracht werd. Die is strenger en moet ervoor zorgen dat de dossiers sneller kunnen worden afgesloten.

België is een goed land om in te leven. Sommige Belgen vinden misschien van niet, maar veel mensen uit andere landen vinden dat wel. Zij ontvluchten hun land en willen er weg. Dat kan om veel redenen zijn. Omdat er oorlog is, bijvoorbeeld. Of grote werkloosheid. Of er dreigt ander gevaar: als je een andere overtuiging hebt dan de leiders van je land, bijvoorbeeld. In sommige landen kun je daarvoor gevangen of vermoord worden. Hiervoor gaan mensen op de vlucht. Ze willen in een ander land gaan wonen. Maar dat kan niet zomaar. Je moet de juiste papieren hebben om ergens te mogen zijn. Als je als Belg op bezoek wilt naar de Verenigde Staten, moet je een visum aanvragen. Dat is een boekje waarin staat wie je bent en wat je in Amerika komt doen. En als je er wilt blijven wonen, moet je ginder een ander papier aanvragen. En dat krijg je niet zomaar! Je moet bijvoorbeeld eerst bewijzen dat je er een job hebt, en een woonplaats. Vluchtelingen hebben dat niet als ze in een vreemd land aankomen. Zij moeten daarom asiel aanvragen. Asiel betekent: veilige opvang. Dat gebeurt op een ingewikkelde manier. Want het moet eerlijk gebeuren. De vluchtelingen moeten vertellen waarom ze gevlucht zijn. Dan wordt er onderzocht of het wel waar is wat ze vertellen. Ondertussen verblijven ze in een asielcentrum. Soms krijgen ze een voorlopige verblijfsvergunning. Of ze krijgen het bevel om terug te keren naar hun eigen land. Maar dan kunnen ze in beroep gaan, dat wil zeggen, opnieuw een aanvraag indienen bij een andere persoon, een rechter bijvoorbeeld, in de hoop dat die zegt dat ze wel mogen blijven. Op die manier blijven de vluchtelingen soms jarenlang in België. Hun kinderen mogen hier naar school (dat is het recht van alle kinderen), en ze voelen zich hier goed thuis. Hen dan na jaren toch terugsturen, is erg onmenselijk. Ze zullen dan vreemder zijn in hun eigen land dan in België. Daarom werd de wet aangepast: de definitieve beslissing moet sneller vallen.


Eerlijk

Sommige asielzoekers verblijven illegaal in ons land, dat wil zeggen: onwettelijk. Ze hebben geen verblijfsvergunning gekregen, en wel een bevel om het land te verlaten, maar ze blijven toch. Ze krijgen hulp van de buren en vrienden. Die gaan dan allerlei acties voeren om de minister ervan te overtuigen de familie toch een vergunning te geven. 'Maar dat kunnen we echt niet doen,' zegt de minister van Binnenlandse Zaken, 'hoe erg ik het zelf ook vind! Want het zou niet eerlijk zijn tegenover de andere asielzoekers. Veel andere gezinnen zijn wel teruggekeerd, nadat ze het bevel kregen. Als sommige mensen beslissen om toch te blijven, en zo dingen doen die niet mogen, mogen wij hen daar niet voor belonen. Dat is niet eerlijk tegenover al die andere mensen die wel gehoorzaamden en terugkeerden!' De minister vindt wel dat de beslissingen vlugger moeten komen, zodat het niet meer gebeurt dat kinderen die al vijf jaar of langer hier wonen toch nog moeten worden teruggestuurd.


Moeilijk

Er bestaan allerlei instanties (organisaties van de regering) die de asielzoekers en vluchtelingen moeten helpen en opvangen. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) maakt dossiers op van de vluchtelingen. Daarin staat wie de mensen zijn, van waar ze komen, wat ze hebben meegemaakt, enzovoort. Er wordt ook onderzocht of de verhalen wel waar zijn, of er niet gelogen werd. Het is een heel moeilijke opdracht. Er zijn honderden dossiers, van honderden mensen in ons land die asiel vragen. Deze mensen worden tijdens het onderzoek opgevangen in asielcentra, plaatsen waar ze kunnen verblijven. Als er een negatief antwoord komt voor hen, worden ze gevraagd om het land te verlaten. Maar ze kunnen ook opnieuw een aanvraag indienen, als ze hopen dat ze toch kunnen blijven. En soms lukt dat ook. Of ze vragen hulp bij advocaten en de rechter. Die kan beslissen dat de vluchteling toch mag blijven. Er zijn ook verenigingen die zich inzetten voor de rechten van de asielzoekers. Zij uiten vaak kritiek op de werking: 'De asielzoekers moeten vaak te lang wachten op een uitspraak. Ze hebben te weinig vrijheid in de asielcentra, alsof ze in een gevangenis zitten', enzovoort. Soms lees je erge verhalen in de krant. 'Maar', zo zeggen de mensen die voor de asielzoekers werken, 'die moet je niet altijd geloven.'


Federale verkiezingen

Op zondag 10 juni 2007 zijn het verkiezingen voor het federale parlement. Na de verkiezingen wordt er een andere regering gevormd, met andere ministers en, al dan niet, een andere Eerste Minister. Dat hangt af van de uitslag van de verkiezingen.

Elke Belg die ten laatste op 10 juni 2007 18 jaar is, heeft stemplicht. Hij moet op die dag zijn stem uitbrengen voor de federale verkiezingen. Federaal betekent: van het land, van België. In ons land bestaan er ook nog andere verkiezingen, omdat België een ingewikkeld bestuur heeft. Er zijn verschillende delen: Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Gewest. Die hebben elk een apart bestuur, en daarvoor zijn er ook verkiezingen. En vorig jaar waren er gemeenteraadsverkiezingen, voor het bestuur van de gemeenten. Zo moeten de Belgen regelmatig naar de stembus. Ze zijn het verplicht. Dat is niet in alle landen zo. In de meeste landen niet, zelfs. Wel is het zo dat je niet moet kiezen voor iemand: je kunt ook blanco stemmen, als je dat wilt, dan kies je voor niemand, of geen enkele partij. De kiezers duiden de volksvertegenwoordigers van het parlement aan. Het parlement heeft de wetgevende macht: de wetten worden er gemaakt, besproken en gestemd. Het woord parlement komt van het Franse parler, spreken. Er worden gesprekken gevoerd over de wetten en het bestuur. Nadien wordt er gestemd, en de meerderheid bepaalt welke beslissingen er worden genomen. In het parlement zitten de volksvertegenwoordigers. Deze politici werden bij de verkiezing door het volk gekozen. Als een partij veel stemmen haalde, doen er van die partij veel volksvertegenwoordigers mee. Er zijn 150 plaatsen in de Kamer, en 40 in de Senaat. Die plaatsen (zetels, zegt men) worden op die manier eerlijk verdeeld. Kamer en Senaat vormen samen het parlement. Deze twee groepen hebben elk hun eigen taken binnen het bestuur van het land. De Senaat controleert en bespreekt het werk van de Kamer. Maar sommigen vinden dat de Senaat eigenlijk niet meer hoeft te bestaan. Ze vertraagt vooral de werking van het bestuur, is de kritiek.


Paarse regering

Om de vier jaar worden er parlementsverkiezingen gehouden in ons land. Dan komt er een nieuwe Belgische regering met andere ministers. Of niet. Politici die nu minister zijn, kunnen het even goed blijven. Dat hangt af van de uitslag van de verkiezingen.

In 2003, vier jaar geleden, waren de vorige federale verkiezingen. Toen was Guy Verhofstadt al Eerste Minister en werd hij opnieuw verkozen. Vier jaar eerder, in 1999, volgde hij Eerste Minister Jean-Luc Dehaene op. Die was van een andere partij, de CVP (nu CD&V). Deze christelijke volkspartij was toen al jarenlang de grootste. In de twintigste eeuw kwam de Eerste Minister meestal uit deze partij. Daarom was 1999 wel een bijzonder moment. Toen was er iets raars gebeurd: de dioxinecrisis. Giftige dioxine was in het veevoer gekomen, en zou dan ook in het vlees kunnen zitten. Daarom mochten er geen kippen en varkens verkocht worden, veel slagers bleven dicht, en het was moeilijk om aan een stukje vlees te geraken. Dat waren de mensen niet gewoon. Ze hadden veel kritiek op de regering, en bij de volgende verkiezingen kreeg de groene partij Agalev (nu Groen!) plots veel meer stemmen dan gewoonlijk, en de CVP kreeg er veel minder. Zo werd toen de regering voor het eerst paars-groen: de meerderheid werd gevormd door de VLD (nu Open VLD), die blauw heeft als kleur, en de rode SP (nu SP.A), samen met het groene Agalev (Groen!). Guy Verhofstadt van de VLD werd Eerste Minister. In 2003 verdween de groene partij weer uit de regering, die verder wel paars (blauw en rood) bleef. De verkiezingen van 10 juni zullen uitwijzen of de regering tot in 2011 paars blijft. Misschien willen veel ontevreden kiezers terug naar de christelijke partij, zoals vroeger. Misschien kiezen er weer meer voor de groene kleur, omdat ze gealarmeerd zijn door de opwarming van de aarde en de problemen in het milieu. Hoewel, zo vinden anderen, de andere partijen hier ook genoeg aandacht aan besteden.

Kleuren

De federale regering van 2003 tot 2007 werd paars genoemd. Omdat ze gevormd werd door ministers van de rode en de blauwe partij. Elke partij staat voor specifieke politieke ideeën over hoe een land moet worden bestuurd. Lange tijd was de christelijke volkspartij de grootste van het land (of toch van Vlaanderen, in Wallonië was dat de rode, socialistische partij) en leverde ze de Eerste Minister. Deze partij heeft de oranje kleur, en vindt de christelijke waarden belangrijk. Vroeger was het de partij 'van de kerk en zij die naar de mis gaan', maar dat is vandaag niet meer zo. De blauwe partij in Vlaanderen heet Open VLD en vindt vrije economie belangrijk: ondernemers en fabrieksbazen moeten genoeg ruimte krijgen om hun bedrijf uit te bouwen, dat is goed voor de werkgelegenheid en de economie. De rode partij heet SP.A. Zij vindt dat de ondernemers niet te vrij mogen zijn, want dat is vaak ten koste van de mensen die er werken, of die werkloos of ziek zijn. De rode partij is ooit opgericht om de rechten van de arbeiders te verdedigen, die toen vaak in barre omstandigheden en armoede leefden. De groene partij vindt de natuur en het leefmilieu belangrijk. Er is ook nog een gele partij die ijvert voor meer onafhankelijkheid voor Vlaanderen. Het Vlaams Belang (met de leuze 'eigen volk eerst!') krijgt vaak de bruine kleur.